Nederlands

Over Lezen Grammatica Spelling Taalschat Leesvaardig Schrijfvaardig Over Taal Gedicht
STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Wat is fictie?
Een verzonnen verhaal.
Wat is non-fictie?
Een tekst over de werkelijkheid, niet verzonnen.
Voorbeelden van fictie?
leesboek
strip
film
televisieserie (soap, comedy)
voorbeelden van non-fictie?
krantenbericht
tijdschriftenartikel
studieboek
informatief boek
radio- of televisie programma over de werkelijkheid
(journaal, documentaire, discussieprogramma)
Wat is de bedoeling van de maker van fictie?
Vermaken of amuseren van de lezer.
(door: te ontroeren, aan het denken te zetten, iets te laten meebeleven)
Wat is de bedoeling van de maker van non-fictie?
informatie geven
iets leveren
een mening geven over iets uit de werkelijkheid
Noem bijzondere kenmerken van fictie.
je kruipt in de huid of het hoofd van een persoon
(vooral bij leesboeken)
je komt te weten wat een persoon denkt of voelt
Noem bijzondere kenmerken van non-fictie.
Je komt meer te weten over het onderwerp of het thema van de tekst.
wat doen werkwoorden
maken duidelijk wat er gebeurt of wordt gedaan
wat is zinsontleding
het ontleden van zinnen
wat is woordsoortbenoeming
het benoemen van woorden
Noem drie verschillende verschijningsvormen vna het werkwoord.
als:
persoonsvorm
infinitief (=hele werkwoord)
voltooitd deelwoord
wat is de persoonsvorm?
de werkwoordsvorm die verandert als je de zin in een andere tijd zet.
Wat is de infinitief?
Het hele werkwoord, staat ook zo in het woordenboek.
Wat is het voltooid deelwoord?
De werkwoordsvorm die bij een persoonsvorm van de werkwoorden hebben, worden of zijn in de zin staat.
Wat is de 1e stap als je een zin gaat ontleden?
Zoek altijd eerst de persoonsvorm.
Noem twee manieren om de persoonsvorm te zoeken
de tijdproef en de getalproef
Hoe werkt de tijdproef?
Je vindt de persoonsvorm door de zin in een andere tijd te zetten.
Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm.
Hoe werkt de getalproef?
Je vindt de persoonsvorm door het getal van de zin te veranderen.
Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm.
Wat is wwg?
Werkwoordelijk Gezegde
Wat is het werkwoordelijk gezegd?
Dit bestaat uit alle werkwoorden uit de zin.
Hoe vindt het wwg?
schrijf de persoonsvorm op (doe tijd- of getalproef)
zoek daarbij de andere werkwoordsvormen
Hoe vind je het onderwerp van de zin?
Stel de vraag: wie of wat + gezegde.
pv?
persoonsvorm
inf?
infinitief=hele werkwoord
vdw
voltooiddeelwoord
Wat is vervoegen van een werkwoord?
Dat wil zeggen dat het werkwoord van vorm verandert als je het getal, de persoon of de tijd verandert.
Vervoeg lopen.
ik loop
jij loopt
wij lopen
hij liep
wij liepen
Hoe noemen we de vervoegde vorm van het werkwoord
de persoonsvorm
Noem de persoonsvormen (vervoegingen) van het werkwoord werken. enkelvoud
1e persoon ik werk/werkte
2e persoon jij/je/u werkt/werkte
3e persoon hij/zij/het werkt/ werkte
Noemd e persoonsvormen (vervoegingen) van het werkwoord werken. meervoud
1e persoon wij/we werken /werkten
2e persoon jullie werken/werkten
3e persoon zij/ze werken/werkten
Kenmerk 2e en 3e persoon enkelvoud
stam + t
Wat gebeurt er met de 2e en 3e persoon enkelvoud als de stam al een t heeft(rust)
Als er al een t staat, schrijf je geen tweede t.
Wat gebeurt er als het onderwerp jij of je achter de persoonsvorm staat
Dan spreek je geen t uit en schrijf je hem ook niet!
Noteren
Je moet het opschrijven
Aantonen
Je moet bewijzen dat het waar is.
Beredeneren
Je moet uitleggen waarom het (niet) waar is.
Overeen komen
Je moet zeggen wat er (nog meer) hetzelfde is.
Onderbouw je mening met argumenten
Zeggen wat jij eran vindt en goede redenen geven.
Conclusie trekken
Je moet opschrijven wat je daaruit op kunt maken.
Aan welke twee voorwaarden moet minstens zijn voldaan?
Je moet twee eisen noemen die vervuld moeten zijn.
Licht deze bewering toe.
Je moet het duidelijk uitleggen.
Noem drie kenmerken.
Je moet eigenschappen noemen die daar echt bij horen.
Beperk je tot het....
Je mag alleen hierover schrijven.
Roepia
Indonesische munt
rund
herkauwend zoogdier door boeren gehouden zijn melk en vlees
zoom
omgeslagen en vastgenaaide rand van een kledingstuk
antibioticum
geneesmiddel tegen ontstekingen
polo
t-shirt met een kraag
niemendalletje
heel niets
lokaal
plaatselijk
commerciële omroep
een tv-zender gericht op het maken van winst
afgelasten
iets niet door laten gaan
aanvechten
aanvallen of bestrijden
langlaufen
je voortbewegen op smalle ski's
bekvechten
ruziën met woorden
hozen
hard regenen
subsidiëren
geld krijgen van de overheid
finishen
het einde bereiken
Met welke bedoeling kun je lezen?
ontspanning
om iets te leren
om bepaalde informatie te zoeken
Wat is een leesstrategie
Bepaalde manieren van lezen.
De manier waarop je iets aanpakt.
Waarvan is je leesstrategie afhankelijk?
Van je leesdoel.
Leesdoel: informatie opzoeken welke strategie ?
Zoekend lezen.
Leesdoel: 1e indruk van een tekst krijgen. Welke strategie?
Oriënterend lezen.
Leesdoel: De hoofdzaken uit een tekst halen. Welke strategie?
Globaal lezen
Leesdoel: De tekst helemaal begrijpen. Welke strategie?
Grondig of intensief lezen.
Leesdoel: De tekst leren. Welke strategie?
Studerend lezen.
Leesdoel: De tekst beoordelen. Welke stragie?
Kritisch lezen.
Noem 6 verschillende leesstragieën.
Zoekend lezen
Oriënterend lezen
Globaal lezen
Grond/intensief lezen
Studerend lezen
Kritisch lezen