des chiffres et des lettres

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

un as en économie
een uitblinker
toucher de l'argent
geld ontvangen (informeel)
le revenu net
het netto inkomen (zonder belastingen)
un graphique
een grafiek
un score moyen
een gemiddelde score
parmi
onder (de mensen/dingen)
une moyenne
een gemiddelde
obtenir
behalen
les plus performants
de best presterende
la dépense courante
de dagelijkse uitgaven
un quart de
een vierde van
à l'autre extrémité
helemaal tegenovergesteld aan
à l'opposé
daartegenover
la moitié
de helft
un tiers
een derde
près d'un quart
bijna een vierde
la plupart
de meerderheid
peu de jeunes
weinig jongeren
environ
ongeveer
trois quarts
75%
la consommation collaborative
gezamelijke consumptie
le covoiturage
het carpoolen
la banque centrale européenne
la BCE
le produit intérieur brut
bruto binnenlands product
les fluctuations monétaires
muntschommeling
la monnaie unique
de eenheidsmunt
l'échange commercial
het handelsverkeer
concurrence
concurrentie
un graphique en barres
een staafdiagram
un graphique en secteurs
een cirkeldiagram
un graphique en courbes
een lijndiagram
s'effondre
instorten
la chute
de val
diminuer
verminderen
face à (au dollar)
tegenover (de dollar)
la montée
de stijging
augmenter
vermeerderen
la fluctuation
de schommelingen
varier
schommelen (variëren)
la remontée
het opnieuw stijgen
une hausse
een stijging
la baisse
de daling
le repli
het stabiel worden
un recul
een achteruitgang
s'envoler
opstijgen
atteindre
bereiken
un pic
een top
la diminution
de daling
diminuer
la diminution
augmenter
une augmentation
remonter
la remontée
baisser
la baisse
chuter
la chute
monter
la montée
fluctuer
la fluctuation
varier
la variation
replier
le repli
s'envoler
l'envol
reculer
le recul
s'effondre
un effondrement
hausser
une hausse
diversifier un portefeuille
beleggen in een gespreide portefeuille
passer un ordre de Bourse
een beursorder plaatsen
miser sur une action
bieden op een aandeel
réaliser une plus-value
een meerwaarder realiseren
faire des placements
beleggen
spéculer en Bourse
op de beurs speculeren
doubler la mise
de inzet verdubbelen
stable
stabiel
volatile
labiel, wisselvallig
monter en flèche
pijlsnel stijgen
s'effondrer
snel instorten
être orienté à la baisse
georienteerd zijn op de stijging
une moins-value
minderwaarde
la perte
het verlies
un gain
een winst
le bénéfice
...