30 terms

nederlands

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Carrosseriebranche
Bedrijven die ombouwen van auto's produceren
Chassis
Onderstel van een auto.
Checklist
Controlelijst
Corrosie
Aantasting van metaal.
Constructie
bouwwerk
ICT
Afkorting van Informatie en Communicatie Technologie
Industrieel proces
Industrie waarvan de producten door toepassing (op grote schaal) van chemische, biologische of andere processen tot stand komen.
Infratechniek
Vakgebied van grond- weg- en waterbouw.
Inregelen
Afstellen van apparatuur.
Installeren
Afstellen, inregelen en onderhouden van systemen en apparaten.
Instructie
Richtlijn voor of informatie over hoe je iets moet doen
Mobiele werktuig
Mobiele voertuigen zoals bulldozers, shovels, graafmachines en affaltwerkmachines.
Monteren
samenstellen
Monteur
Iemand die dingen in elkaar zet en of repareert.
Plaatmateriaal
In plaatvorm
Polijsten
Door een fijne wijze van slijpen en schuren een voorwerp glad en glanzend maken.
Precisieapparaat
Apparaat voor het verrichten van nauwkeurige metingen of bewerkingen.
Precisiedeel
Precies op maat gemaakte onderdelen.
Preventief
Uit voorzorg.
Printplaat
Plaat waarop de schakelingen van een microprocessor worden bevestigd.
Productiehal
Ruimte waar producten worden gemaakt.
Raffinaderij
Bedrijf waar ruwe grondstof wordt gezuiverd.
Rapporteren
Melden. Informeren.
Regelapparaat
Toestel waarmee een reeks van tevoren vastgestelde schakelhandelingen achtereenvolgens kan worden uitgevoerd.
Regelstation
Plaats waar schakelhandelingen kunnen worden verricht.
Regeltechniek
Techniek van de automatische besturing van machines en apparaten
Renoveren
vernieuwen
Restaureren
in oude staat herstellen
Restmatriaal
Het overgebleven materiaal dat niet wordt gebruikt bij een werkstuk.
Servicegericht
hulpvaardig