How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

63 terms

common verbs with prepositions

The most common verbs with propositions given by Christine in the handout 'INTERMEDIATE DUTCH - A grammar and workbook (Fixed Prepositions)
STUDY
PLAY
berusten in
to acquiesce in
opgaan in
to be absorbed in
geloven in/aan
to believe in
delen in
to share
slagen in
to succeed
zich vergissen in
to err
beginnen met
to start with
eindigen met
to end with
breken met
to break with
zich bemoeien met
to interfere
spotten met
to mock
vergelijken met
to compare
aarden naar
to be like
streven naar
to strive
raden naar
to guess
kijken naar
to watch
hongeren naar
to hunger for
ruiken naar
to smell like
smaken naar
to taste like
verlangen naar
to long for
zoeken naar
to look for
bidden om
to pray for
lachen om
to laugh about
geven om
to care for
denken om
to think about
rouwen om
to mourn for
vragen om
to ask for
antwoorden op
to answer to
lijken op
to resemble
letten op
to pay attention
hopen op
to hope for
zich verheugen op
to look forward to
wachten op
to wait for
beslissen over
to decide about
oordelen over
to judge
(na)denken over
to ponder
klagen over
to complain
praten/spreken over
to talk
zich verbazen over
to be amazed
beschermen tegen
to protect
ruilen tegen
to exchange
protesteren tegen
to protest
kunnen tegen
to tolerate
vechten tegen
to fight
waarschuwen tegen
to warn
behoren tot
to belong to
veroordelen tot
to sentence
dwingen tot
to force to
afleiden uit
to deduct
ontstaan uit
to develop
bestaan uit
to consist
afhangen van
to depend
houden van
to like, love
genieten van
to enjoy
balen van
to be fed up with
scheiden van
to separate
verdenken van
to suspect
bedanken voor
to thank for
sparen voor
to save for
pleiten voor
to plead for
zich interesseren voor
to be interested in
vluchten voor
to flee from
zorgen voor
to care for