55 terms

Antoniemen

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

2 weken geleden
Over twee weken
Aan de man brengen
Verkopen
Aangenaam
Onaangenaam
Afbrokkelen
Verminderen
Alles
Niets
Altijd
Nooit
Beperkt
Onbeperkt
Bestendig
Voortdurend, permanent
Binnenlands
Buitenlands
Buiten
Binnen
De afdeling
Het departement
De rol
De functie, de taak
De start
Het einde
De toekomst
Het verleden
De tweedracht
De eendracht
De vooruitgang
De achteruitgang
De vraag
Het antwoord
De werkdag
De feestdag
Gedurende
Tijdens
Gemakkelijk
Moeilijk
Gisteren
Vandaag
Goed
Slecht
Grondig
onvolkomen
Het probleem
De oplossing
Het succes
De mislukking
Het vertrouwen
De verraad
Hol
Bol
Hoog
Laag
Iedereen
Niemand
Kopen
Verkopen
Moeilijk
Gemakkelijk
Mogelijk
Onmogelijk
Na
Vóór
Nieuw
Oud
Nodig
Onnodig
Oma
Grootmoeder
onderschatten
overschatten
Spreken
Zwegen
Sterk
Zwak
Stilaan (peu à peu)
Beetje bij beetje
Uitbreiden
Vergroten, Verminderen
Vandaag
Morgen
Veel
Weinig
Vergeten
Zich herinneren
Verkeerd
Juist
Verklaren
Uitleggen
Vertellen
Zeggen
Verzadigen
Satureren
Vlug
Langzaam
Volgen
Voorafgaan
Volgende week
Verleden week
Vrij
Bezet
Vroeg
Laat
Weinig
Veel
Wiedes
Evident