NDLS verbes irréguliers p3

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Duiken
Plonger
Fluiten
Siffler
kruipen
ramper
ruiken
sentir (odorat)
sluiten
fermer
besluiten
décider
schuiven
glisser
spuiten
Cracher
gelden
valoir
Schenken
Offrir
smelten
fondre
Treffen
Toucher
trekken
tirer
aantrekken
attirer
vertrekken
partir
vechten
se battre
zenden
envoyer
zwemmen
nager
Wegen
Peser
Bewegen
Bouger
Eten
Manger
genezen
guérir
geven
donner
afgeven
déposer, remettre
opgeven
abandonner
toegeven
admettre
uitgeven
dépenser
lezen
lire
herlezen
relire
treden
marcher
vergeten
oublier