Frans examenidioom hoofdstuk 5

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Extrêmement
Uitermate, enorm
Innombrable
Talloos
Abonder
Talrijk zijn
Plusieurs
Verscheidene
La moitié
De helft
Autant (de)
Evenveel
Suffire
Voldoende zijn
Superflu
Overbodig
L'ampleur
De omvang
Davantage
Meer
Un morceau
Een stuk, een klontje
Renforcer
Versterken
Parfaitement
Volkomen
Mériter
Verdienen, waard zijn
Indispensable
Noodzakelijk, onontbeerlijk
Mesurer
Meten
Impressionnant
Indrukwekkend
Diminuer
Afnemen, verminderen
Croître
Groeien
Éternellement
Eeuwig
Élevé
Groot, hoog
Déconseiller
Afraden
Une estimation
Een schatting
Considérable
Aanzienlijk
Particulièrement
Bijzonder, buitengewoon
Ignorer
Niet weten
Désapprouver
Afkeuren
Annuel
Jaarlijks
Essentiellement
Voornamelijk, met name
Sale
Vuil, smerig
Insignifiant
Onbeduidend, onbelangrijk
Moyen
Gemiddeld
Apprécier
Waarderen
Irrésistible
Onweerstaanbaar
La longueur
De lengte
Épouvantable
Afschuwelijk, vreselijk
À peu près
(Zo) ongeveer
Bref
Kortom, kort
Éloigné
(Ver) verwijderd
Approfondir
Verdiepen, doorgronden
OTHER SETS BY THIS CREATOR