CM3 - Fontys Toegepaste Psychologie - Begrippen Baarda H3

Gebaseerd op de de begrippenlijst van hoofdstuk 3 van Baarda's "Dit is onderzoek". De verplichte literatuur voor CM3.
STUDY
PLAY
Begrip zoals bedoeld/
Kenmerk
Een abstracte aanduiding van een verzameling eigenschappen of objecten met gemeenschappelijke kenmerken. Bijvoorbeeld: Agressie
Begrip zoals bepaald/
Variabele
De vertaling van een begrip in concreet meetbare termen. Een intelligentietest, bijvoorbeeld de WAIS (Wechsler Adult Intelligence Scale) is een concrete vertaling van het begrip 'intelligentie'.
Operationaliseren
Vertalen van een kenmerk in concreet meetbare termen waarbij nauwkeurig de categorieën worden vastgelegd, alsmede voorschriften hoe de onderzoekseenheden ingedeeld moeten worden. Het geoperationaliseerde kenmerk wordt een variabele genoemd.
Topiclijst
Een lijst met onderwerpen die relevant zijn om te bespreken in een interview, gezien de onderzoeksvraag.
Informant
Iemand die informatie geeft over een kenmerk van een onderzoekseenheid.
Sociale wenselijkheid
Het geven van antwoorden of het je gedragen volgens wat de respondent denkt dat de norm is.
Deskresearch
Onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van
bestaande gegevens.
Datatriangulatie
Het gebruik van meer dan een dataverzamelingsmethode om de geldigheid van de dataverzameling te vergroten.
Instrumentele validiteit
De mate waarin men met een instrument meet wat beoogt wordt.
Geldigheid
Door kwalitatieve onderzoekers gebruikt begrip voor validiteit.
Ecologische validiteit
De vraag of je bevindingen opgedaan in een bepaalde situatie kunt generaliseren naar andere situaties.
Betrouwbaarheid
De mate waarin een meting onafhankelijk is van toeval.
Stabiliteit
De mate waarin dezelfde meetresultaten verkregen worden bij herhaalde metingen.
Homogeniteit
De mate waarin vragen in een vragenlijst of items in een observatielijst hetzelfde meten.
Cronbachs alpha
Maat voor de homogeniteit.
Gestructureerd interview/
Enquête
Interview waarin de vragen en de meeste antwoordmogelijkheden van te voren vastgelegd zijn.
Ongestructureerd interview/
Open interview
Interview waarin de vragen en de antwoordmogelijkheden NIET vastliggen. Wel wordt soms een topiclijst gebruikt.
Zin aanvullen
Een associatieve techniek, waarbij de onderzoeker het begin van een zin geeft en vraagt om die aan te vullen.
Projectieve technieken
Een onderzoeker geeft bijvoorbeeld een plaatje van een situatie en vraagt een respondent te beschrijven wat hij ziet. Het idee is dat de
respondent zijn gevoelens en gedachten hierop projecteert.
Imago-onderzoek
Onderzoek naar de beelden die mensen, producten of organisaties oproepen.
CATI/
Computer Assisted Telephone Interviewing
Een telefonische enquête die met een computerprogramma wordt afgenomen. De interviewer krijgt de relevante vragen in beeld en kan de antwoorden aanklikken of intikken.
CAPI/
Computer Assisted Personal Interviewing
Een mondelinge face to face enquête die met een computerprogramma wordt afgenomen. De interviewer krijgt de relevante vragen op een laptop in beeld en kan de antwoorden aanklikken of intikken.
Routing
Een computerprogramma bepaalt aan de hand van reeds gegeven antwoorden van de respondent welke vervolgvragen gesteld worden.
Websurvey
Een via internet uitgevoerde enquête.
Anoniem
Een onderzoeker weet niet van wie de onderzoeksgegevens afkomstig zijn en weet dus ook niet wie wel of niet een vragenlijst heeft ingevuld.
Vertrouwelijk
Een onderzoeker weet wel wie een vragenlijst heeft ingevuld, maar kan de ingevulde gegevens niet aan een respondent koppelen doordat hij bijvoorbeeld de persoonsgegevens loskoppelt van de antwoorden.
Beoordelingsschaal/
Rating scale
Schaal om de intensiteit van bijvoorbeeld gedrag of een mening vast te stellen.
Gestructureerde observatie
Hier liggen het gedrag waar je op let en de beoordelingscategorieën voor dit gedrag vast.
Ongestructureerde observatie
Hier liggen het gedrag waar je op let en de beoordelingscategorieën voor dit gedrag niet vast.
Participerende observatie
Veldonderzoek waarbij de onderzoeker meedoet aan bepaalde activiteiten van de groep of groepen die hij bestudeert. De onderzoeker stelt zich op als actief groepslid.
Verhulde observatie
Het is voor de geobserveerde personen niet duidelijk dat ze geobserveerd worden.
Event sampling
Observatiemethode waarbij wordt vastgesteld of bepaalde gebeurtenissen al dan niet plaatsvinden.
Time sampling
Het vaststellen of bepaald gedrag op van tevoren vastgestelde momenten voorkomt.
Respondentenbederf
Door respondenten vaak te vragen aan een onderzoek mee te doen, worden ze onderzoeksmoe.
Non-reactief/
Unobtrusive
Onderzoeksmateriaal dat niet beïnvloed wordt door de onderzoekssituatie of de onderzoeker, doordat het niet ten behoeve van een onderzoek verzameld is.
Heranalyse
Het opnieuw analyseren van bestaande gegevens.
Secundaire analyse
Het analyseren van bestaand onderzoeksmateriaal voor het beantwoorden van een nieuwe onderzoeksvraag.
Meta-analyse
Het op statistische wijze samenvatten van de uitkomsten van verschillende onderzoeken.
Review
Overzicht van de stand van zaken op een bepaald onderzoeksterrein.
Inhoudsanalyse
Kwantitatieve of kwalitatieve analyse van de inhoud van bestaande informatie (brieven, artikelen, tv- en radioprogramma's).
Conversatie- of Discourse-analyse
Het onderzoeken van specifieke manieren van taalgebruik, vooral in interacties.
OTHER SETS BY THIS CREATOR