33 terms

NT2 Dutch 1

vocab from Dutch lessons NT2
STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

bewoonde
habitable
geluidsoverlast
nuisance sonore
betreffende de
concernant
van bedreft de
concernant
qua
concernant
wat betreft
concernant
wat mij aangaat
en ce qui me concerne
omgegeving
environ
zoals
since, as (you know..)
verstandig
pratique
behandelen
to manage
belolking
population
zwegen-zwoer-gezowren
juger
verraden-verried-verraden
trahir
fluiten-floot-gefloten
siffler
lek
leak - fuite
zinken-zonk-gezonken
tp sink
bevelen-beval-bevolen
ordonner
gillen
shout
tonen-tonde-getond
to show
kwijt
perdu
wijten-weet-geweten
imputer, attribuer
verwijten
reprocher
hoewel
although
ook al
meme si/ bien que
nauwelijks
a peine
ontzettend
terrible, terriblement
noch....noch
ni...ni
aanwijzingen
instruction,indication
deskundig
expert
rommelen
gronder
waarderen
apprecier
gebied
region, terrain, zone/ dans le domaine de...