46 terms

Nederlands

woordenschat
STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Luguber
huiveringwekkend
monotoon
eentonig
robuust
stevig
hallucinant
onvoorspelbaar
competent
bekwaame
lucratief
winstgevend
flexibel
soepel
heterogeen
ongelijksoortig
unaniem
eensgezind
gigantisch
reusachtig
expliciet
uitdukkelijk
plenair
voltallig
tolerant
verdraagzaam
labiel
onevenwichtig
rancuneus
stevig
riant
groots
desolaat
verlaten
rigoureus
streng
resistent
bestand tegen
imposant
indrukwekkend
recessie
onwettig
illegaal
buitenlander zonder werk- of verblijfsvergunning
prognose
voorspelling
obsessie
dwanggedachte
coalitie
samenwerking van 2 of meer groepen
expansie
uitbreiding
culinair
wat de kookkunst keuken heeft
annuleren
nietig/ongeldig verklaren
transfereren
een beroepsspeler tegen betaling overbrengen
declareren
zich over iets uit spreken
observeren
aandachtig waarnemen
adverteren
reclame maken
promoten
de verkoop van een product stimuleren
langlaufen
wandelend skiën
inzoomen
vergroten
mandateren
iemand de volmacht geven over iets
biografie
levensbeschrijving
marginaal
aan de rand van de beschaving
privacy
mogelijkheid om zich zelf te zijn
ravage
verwoesting
contradixtie
tegenspraak
indexcijfer
toont wijzigingen in koopkracht aan
smeergeld
geld waarmee iemand omgekocht wordt
correspondent
verslaggever (naar andere landen)
diplomaat
iemand die betrekkingen van eigen land behartigt
emigrant
iemand die zijn land verlaat om zich ergens anders te vestigen