46 terms

Geschiedenis

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Abolitionisme
Beweging die streefde naar afschaffing van de slavernij.
AFL
American Federation of Labor, het in 1881 opgerichtte samenwerkingsverband van Amerikaanse vakbonden.
Amendement
Toevoeging aan de Amerikaanse grondwet.
Amerikaanse Burgeroorlog
Oorlog tussen noordelijke en zuidelijke deelstaten* van de VS (1861-1865)
Atlantisch Handvest
Amerikaans-Britse verklaring uit 1941 waarin doelen stonden voor de naoorlogse wereld
Berlijnse Muur
Door de DDR gebouwde muur met wachttorens, mijnenvelden en schietinstallaties rond West-Berlijn. De Muur (1961-1989), die symbool stond voor de Koude Oorlog*
Beurskrach
Plotselinge ineenstorting van de aandelenkoersen
Bill of Rights
De eerste tien amendementen* op de Amerikaanse grondwet
Black Panthers
In 1966 opgerichte beweging van zwarten die de blanke heerschappij met geweld omver wilden werpen.
Civil Rights Movement
Burgerrechtenbeweging die streefde naar gelijkberechtiging van de zwarte bevolking.
Communisme
Politieke stroming die streeft naar omverwerping van het kapitalisme en de vestiging van een dictatuur waarbij de productiemiddelen in handen van de staat zijn.
communistische wereldrevolutie
De omverwerping van het kapitalisme en de vestiging van het communisme in de hele wereld.
Congres
De Amerikaanse volksvertegenwoordiging, die bestaat uit de Senaat en het Huis van Afgevaardigden
Consumptiemaatschappij
Samenleving die gericht is op het produceren, verkopen en gebruiken van grote hoeveelheden consumptiegoederen, zoals de VS na de Tweede Wereldoorlog.
Containmentpolitiek
De Amerikaanse politiek vanaf 1947 om het communisme* in te dammen door anticommunistische krachten te steunen in landen die door het communisme worden bedreigd
Corporatie
Groot bedrijf.
Cubacrisis
Crisis in november 1962 die ontstond toen de VS ontdekten dat de Sovjet-Unie kernwapens plaatste op Cuba. Na een week gaf de Sovjet-Unie toe aan de Amerikaanse eis om ze te verwijderen. In ruil beloofden de VS het communistische regime op Cuba ongemoeid te laten.
Deelstaat
Staat die deel uitmaakt van een federale staat
Dekolonisatie
Het onafhankelijk worden van kolonies.
Democratische Partij
Een van de twee grote politieke partijen in het Amerikaanse tweepartijenstelsel.
Dominotheorie
Het idee dat een communistische overwinning in een gebied ertoe zou leiden dat ook andere gebieden in die regio in communistische handen zouden vallen.
Fair Deal
Programma van president Truman om de New Deal uit te breiden, onder meer met een algemene ziektekostenverzekering en investeringen in het onderwijs. Door verzet van Republikeinen en conservatieve Democraten in het Congres kwam daar weinig van terecht.
Fascisme
Extreem-nationalistische politieke beweging die streeft naar omverwerping van de democratie en de vestiging van een totalitaire staat
Federale overheid
De nationale regering van de VS in Washington.
Federatiestaat
Staat zoals de VS waarin de federale overheid de soevereiniteit deelt met deelstaten
Founding Fathers
De opstellers van de Amerikaanse grondwet.
Freedmen
Voormalige slaven.
Frontier
In de 19e eeuw de grens tussen het door blanken bewoonde gebied en de rest van Noord-Amerika.
Geallieerden
Bondgenoten, in de wereldoorlogen de landen die tegen Duitsland vochten.
Getto
Oorspronkelijk stadswijk waar joden moeten wonen. Later ook achterstandswijk waar groepen wonen die geen of nauwelijks kans hebben aan de armoede te ontsnappen.
GI Bill
Wet uit 1944 die oorlogsveteranen uit de Tweede Wereldoorlog hielp hun plaats in de Amerikaanse maatschappij te vinden.
Good Neighbor Policy
Amerikaanse politiek onder F.D. Roosevelt om te streven naar goede relaties met Latijns-Amerika, door middel van economische samenwerking en zonder militaire interventie.
Great Society
Plan van president Johnson om de New Deal en de Fair Deal uit te breiden
Grote Depressie
Langdurige wereldwijde recessie* in de jaren 1930.
Grote Drie
De drie sterkste geallieerde mogendheden in de Tweede Wereldoorlog: de VS, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië.
Hooggerechtshof
Hoogste rechtbank in de VS, die wetten en rechtszaken toetst aan de grondwet. De leden zijn voor het leven benoemd door de president.
Huis van Afgevaardigden
Het Amerikaanse Lagerhuis met 435 leden, die zijn afgevaardigd door hun deelstaat*. Het aantal afgevaardigden per deelstaat staat in verhouding tot hun inwonertal.
Impeachment procedure
Een procedure van het Congres* om de Amerikaanse president af te zetten.
Imperial presidency
Het idee dat de Amerikaanse president in de loop van de tijd te veel macht heeft gekregen.
Industriële revolutie
Omwenteling in productiemethoden, waarbij handarbeid wordt vervangen door machines.
Interbellum
De periode tussen de twee wereldoorlogen (1918-1939).
Invloedssfeer
Buitenlands gebied waarin een staat overheersende invloed heeft.
Isolationisme
Het streven in de Amerikaanse politiek in de 19e eeuw en de jaren 1919-1939 om zich zo min mogelijk met de buitenwereld te bemoeien.
Jalta (Conferentie van)
Vergadering van 4 tot en met 11 februari waarop de geallieerde leiders Stalin, Roosevelt en Churchill afspraken maakten over de toekomst van Europa en de oprichting van de Verenigde Naties*.
Jim Crow-wetten
Wetten in de zuidelijke deelstaten die de segregatie van blank en zwart verplicht stelden.
Kartel
Samenwerking van bedrijven met het doel de markt te beheersen en concurrenten buiten te sluiten.