How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

44 terms

Dutch 11b

STUDY
PLAY
anderhalf
one and a half
bedenken
to think of
het bevalt me
it pleases me
de boter
butter
een briefje van 10
a ten Euro note
een dagje uit
a day trip
de datum
date
Duitsland
Germany
Frankrijk
France
het gehakt
mincemeat
het jaartal
date
de kaas
cheese
naar zijn zin
to one's liking
ik had het naar mijn zin
it was to my liking
nog iets
something else
de schoonmoeder
mother-in-law
de slager
butcher
Spaans
Spanish
Spanje
Spain
de Spanjaard
Spaniard
terugkrijgen
to get back, be given as change
thee/koffie zetten
to make tea/coffee
met vakantie gaan
to go on holiday
met vakantie zijn
to be on holiday
van...vandaan
from (when giving distance)
vergelijken met
to compare with
wisselen
to change
de afspraak
appointment
de agenda
diary
de bank
bank, settee
helaas
unfortunately
jee
oh dear
logeren
to lodge
het mes
knife
het ontbijt
breakfast
opvrolijken
to cheer up
de postzegel
stamp
de reactie op
reaction to
het schepje
spoonful
scherp
sharp
de tekening
drawing
tweedehands
second-hand
wandelen
to go for a walk
weigeren
to refuse