Literair-Historische Begrippen Deel 1 Bladzijde 5 en 6

Woorden bladzijde 5 en 6 van stencil Literair-Historische Begrippen eerste deel.
STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Fin de siècle
Decadente levenshouding (einde 19de eeuw) van moeheid en doelloosheid van het leven die zich uitte in een verfijnde stijl. Hierbij horen de kunstvormen Art Nouveau en Jugendstil.
Folklore
Ontstaan (in de 19de eeuw) om de orale tradities en kennis van de cultuur van het volk te bestuderen.
Frontier society literature
Literatuur (19de eeuw) die de trek naar het westen van de VS verheerlijkt. Bijvoorbeeld; pioniersverhalen en de uitroeiing van de indianen.
Futurisme
Literaire en toekomstgerichte kunstbeweging (eerste decennia 20ste eeuw) waarbij de moderniteit, tempo, dynamiek en techniek van de stad centraal staat.
Gothic novel
Romansoort tijdens de Romantiek waarin moord en griezelelementen de hoofdrol spelen. Hierin onderscheidt men novels of horror en novels of terror.
Gouden eeuw
Periode van voorspoed en welvaart, in de cultuur en literatuur. (in Spanje vanaf de 16de eeuw, in Nederland vanaf de 17de eeuw).
Haïtisme
Stroming (wisseling van 19de eeuw naar 20ste eeuw) die nadrukkelijk aandacht eiste voor het nationale karakter van de literatuur in Haïti.
Harlem renaissance
Literair-culturele bloeiperiode (jaren '20 en '30, 20ste eeuw) in wijk van Harlem, in New York.
Hellenisme
Culturele bloeiperiode (Griekenland als centrum) in de eeuwen voor het begin van onze jaartelling.
Hoofse roman
Middeleeuwse ridderroman (vanaf 12de eeuw) waarin het hofleven met zijn wellevendheid centraal stond.
Humanisme
Geestelijke stroming van geleerden (14de tot 16de eeuw), die de aarde en de waardigheid van de mensen centraal stelden, in tegenstelling tot het theocentrische wereldbeeld van de middeleeuwen.
Hybriditeit
Kenmerk van moderne Caribische auteurs die hun meervoudige dynamische identiteit in hun werk en leven belijden.
Impressionisme
Stroming in literatuur en kunst (eind 19de eeuw) waarbij de indruk of impressie van de kunstenaar of auteur centraal staat.
Indianisme
Literaire stroming die het indiaanse verleden op romantische wijze idealiseert.
Indigenisme
Het benadrukken van het lokale Caribische i.p.v. het regerende eurocentrisme (eind 19de eeuw).
Insularisme
Stroming die het eigen eiland in het centrum neemt en als maatstaf gebruikt en geen oog heeft voor alles wat daar buiten valt.
Interculturaliteit
Stroming die contacten en uitwisseling van culturen centraal stelt.
Intertekstualiteit
Een procedé in de literatuur waarbij schrijvers zich laten inspireren door creativiteit en zo reageren op oude teksten.
Jugendstil
Kunststroming (tussen 1890 en 1910) waarbij men hield van weelderige lijnen, krullen en grillige patronen van vooral planten en dieren. In de boekdrukkunst leidde dit tot een bijzondere grafische verzorging van boekomslagen en lay-out.
Karelroman
Voorhoofse ridderroman waarin Karel de Grote een hoofdrol speelt.
Koloniale literatuur
Literatuur van Europese schrijvers die over de koloniën en literatuur van schrijvers uit de koloniën publiceerden. Het perspectief is dat van de kolonisator.
Kolonistenliteratuur
Literatuur van (kolonisten) mensen die als migranten naar het Caribisch gebied kwamen om er zich blijvend te vestigen.
Kosmopolitisme
Het wereldburgerschap van de auteurs die zich niet gebonden voelen aan een land of taal, maar de wereld als hun woning zien.
L'art pour l'art (de kunst om de kunst)
Dé spreuk van de mensen uit de jaren '80 in Nederland en Vlaanderen. Hierbij werd literatuur gezien als de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.
Left bank-auteurs
Auteurs die in de jaren '20 en '30 aan de linkeroever van de Seine in Parijs woonden en deze werden aangeduid als the lost generation.
Lost generation
Generatie van naar Parijs geëmigreerde auteurs uit de VS die na de 1ste wereldoorlog hun desillusie van de wereld, de mens en de westerse beschaving beschreven.