81 terms

aardrijkskunde

de begrippen...... swaggggggg
STUDY
PLAY
absolute afstand
afstand tussen twee plaatsen in een rechte lijn (in km)
achterland
gebied waarvan de in- en uitvoer via een bepaalde haven gaat
allochtoon
iemand die zelf of van wie de ouders in het buitenland geboren zijn
analfabetisme
niet kunnen lezen of schrijven
arbeidsintensief
er zijn veel mensen nodig om een product te maken
autochtoon
iemand die zelf in Nederland geboren is en zijn ouders ook
bevolkingsconcentratie
gebied waar veel mensen dicht bij elkaar wonen
breedteligging
afstand van een plaats tot de evenaar
bruto nationaal product
wat alle mensen in een land samen verdienen; wordt vaak als gemiddelde genomen: BNP per inwoner
centrum
rijkste en meest ontwikkelde deel van een land
consumptiegoederen
producten die mensen in hun dagelijks leven gebruiken
dampkring
luchtlaag om de aarde
delfstof
waardevolle stof die in de grond zit
demografie
studie over de veranderingen in bevolkingsaantallen en bevolkingssamenstelling
depressie
een groot lagedrukgebied
eindproduct
product dat klaar is voor gebruik door de klant
emigrant
iemand die zijn eigen land verlaat en in een ander land gaat wonen
erosie
de slijtende werking op de aardkorst van wind, water of ijs
evenaar
lijn die de aarde in een noordelijk en zuidelijk halfrond verdeelt
export
uitvoer van goederen die een land verkoopt aan een ander land
geboortecijfer
aantal geboorten per 1000 inwoners per jaar (‰)
geboorteoverschot
meer geboorten dan sterfgevallen
gematigde breedte
gebied tussen de tropen en de poolgebieden
glaciaal
ijstijd
gletsjer
grote massa ijs die door de zwaartekracht naar beneden schuift
golfstroom
warme zeestroom die vanuit de Golf van Mexico langs Europa stroomt
graadnet
alle parallellen en meridianen samen die dienen voor de plaatsbepaling op aarde
grondsoort
materiaal waaruit de grond bestaat (zand, klei, veen of löss)
grondstof
onbewerkt product uit de primaire sector en de mijnbouw
halffabrikaat
industrieproduct dat door een ander bedrijf verder wordt verwerkt tot eindproduct
hogedrukgebied
gebied met hoge luchtdruk waarin de lucht daalt
hoog-Nederland
deel van Nederland dat hoger ligt dan 1m NAP
immigrant
iemand die zich vanuit een ander land in dit land vestigt
import
de invoer van goederen die een land koopt in een ander land
infrastructuur
alle verbindingen in een gebied (wegen, spoorlijnen, elektriciteit, computernetwerk)
invoerrechten
belasting die betaald moet worden om een product in een land in te voeren
inklinking
inzakken van de grond als het water er uit wordt gehaald
informele sector
(zelfbedachte) baantjes die niet officieel zijn (vluchtsector)
inzoomen
een gebied van dichterbij bekijken waardoor je meer details ziet
isobaren
lijnen die punten met dezelfde luchtdruk met elkaar verbinden
isothermen
lijnen die plaatsen met dezelfde temperatuur met elkaar verbinden
IJzeren Gordijn
tot 1989 de grens tussen West- en Oost Europa
kapitaalgoederen
goederen die je nodig hebt om andere goederen te maken, zoals vrachtauto's en machines
kapitaalintensief
productie waarbij veel geld nodig is voor machines
klimaat
gemiddelde van het weer, gemeten over een lange periode
koopkracht
Wat je met een bepaalde hoeveelheid geld kunt kopen
laag -Nederland
deel van Nederland dat lager ligt dan 1 m NAP
lagedrukgebied
gebied met weinig luchtdruk waarin de lucht stijgt
leeftijdsgrafiek
staafdiagram waarin de leeftijdsopbouw van de bevolking is weergegeven (=bevolkingsdiagram, bevolkingspiramide)
legenda
betekenis van alle kleuren en symbolen op een kaart
lokaal
plaatselijk
migratiesaldo
het verschil tussen het aantal immigranten en emigranten in een gebied (het saldo kan positief of negatief zijn)
meridiaan
lengtecirkel: lijn tussen noordpool en zuidpool
NAP
Normaal Amsterdams Peil: maat om de waterstand te meten (0 m.)
parallel
breedtecirkel: lijn evenwijdig aan de evenaar
plaat
stuk van de aardkorst
platentektoniek
het bewegen van de aardplaten ten opzichte van elkaar
primaire sector
beroepen waarbij de producten uit de natuur komen (landbouw, mijnbouw)
periferie
randgebied met weinig inwoners en weinig invloed
polder
gebied waarin de mensen de waterstand regelen m.b.v.gemalen
pull-factoren
redenen waarom mensen naar een gebied toe gaan
push-factoren
redenen waarom mensen uit een gebied vertrekken
Randstad
stedelijk gebied in het westen van Nederland
regenschaduw
droge kant van een gebergte
register
alfabetische lijst van alle namen die in de atlas voorkomen
relatieve afstand
afstand gemeten in tijd en moeite die het kost om ergens te komen
reliëf
hoogteverschillen in een gebied
regionaal
binnen een bepaald gebied
schaal (van een kaart)
geeft aan hoeveel keer de werkelijkheid verkleind is
sedimentatie
het neerleggen van verweringsmateriaal op een andere plek
secundaire sector
beroepen waarbij van grondstoffen een product wordt gemaakt (ambacht en industrie)
sterftecijfer
aantal overledenen per 1000 inwoners (=‰) per jaar
tertiaire sector
beroepen waarbij diensten worden verleend
thematische kaart
kaart die over één bepaald onderwerp gaat
topografische kaart
nauwkeurige kaart van een gebied
tropen
warme en vochtige gebieden rond de evenaar
tsunami
grote vloedgolf die ontstaat door een aardbeving in zee
uitzoomen
een gebied van verder af bekijken, je ziet alleen de grote dingen
vergrijzing
verhoudingsgewijze toename van het aandeel 65-plussers in de totale bevolking
verwering
het uit elkaar vallen van gesteente in kleine deeltjes onder invloed van het weer en de plantengroei
weer
toestand van de dampring op een bepaald moment en een bepaalde plaats