47 terms

Maatschappijwetenschappen

STUDY
PLAY
Communicatie
een proces waarbij een zender bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap (informatie) overbrengt aan een ontvanger en waarbij mensen de relaties die zij met elkaar hebben vorm en inhoud geven
Massamedia
zijn decommunicatiemiddelen waarmee een groot aantal mensen kan worden bereikt zoals radio, televisie, kranten, boeken, films, folders, affiches, maar ook nieuwe informatiebronnen zoals CD-roms, diskettes en internet.
De massamedia hebben de intentie informatie over te brengen aan een groot en anoniem publiek. De informatie is voor iedereen toegankelijk.
Encoderen
het omzetten van gedachten naar tekens of andere waarneembare uitingen (= boodschap)(bv. woorden, kleding, gebaren, gedrag) door de zender
Decoderen
het uitpakken van de boodschap door de ontvanger, het terugvertalen van de boodschap naar de veronderstelde betekenis
Referentiekader
Het referentiekader is het geheel vanje persoonlijke waarden, normen, standpunten, kennis en ervaringen,
dat van invloed is op de subjectieve waarneming van gebeurtenissen en verschijnselen.
Ruis
verstoring of misvorming van het communicatieproces
Non-verbale
communicatie
alle communicatie waarbij men geen woorden gebruikt, maar bijvoorbeeld symboliek, tekeningen, gebaren en lichaamstaal
Massa-
communicatie
unilaterale of eenzijdige communicatie gericht op een groot en grotendeels onbekend publiek
Socialisatie
het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert
Infotainment
programma's waarbij er sprake is van vermenging van amusement en informatie
Mediahype
nieuws dat zichzelf versterkt zonder dat zich nieuwe feiten voordoen bv. 'Monica Lewinsky-affaire'
Mediaframes
berichtgeving over een onderwerp die steeds vanuit hetzelfde perspectief plaatsvindt, bv. islam en vrouwenonderdrukking.
Publieke Opinie
de mening van de meeste burgers over een bepaalde kwestie
Content-platform
een plaats waar je gebruik kunt maken van verschillende soorten media-inhoud: literatuur, films, nieuwsberichten, discussies, muziek enz.
Convergerende
media
het samengaan van massamedia (content oftewel inhoud), communicatienetwerken en computertechnologie (de drie C's)
Globalisering
De internationalisering van de arbeidsmarkt, waardoor er wereldwijd een herverdeling van arbeid is ontstaan
Informatie-
maatschappij
Met het begrip informatiemaatschappij wordt een technologisch hoogontwikkelde samenleving aangeduid die met behulp van moderne
informatie- en communicatietechnieken een grote toename laat zien van de informatie-productie en van de (arbeids)productiviteit.
Pluriformiteit
Veelvormigheid. Komt vooral voor bij de massamedia en met name bij de meningsvormingsfunctie van de massamedia. De Nederlandse kranten zijn pluriform omdat er veel kranten zijn die onderling zeer verschillende uitgangspunten en zienswijzen hebben
Censuur
de overheid oefent controle uit op de informatievoorziening
Preventieve
censuur
censuur voor publicatie/uitzending: dreigen met straf
Repressieve
censuur
censuur na publicatie/uitzending met straf
Identiteit
Het eigene, unieke van een persoon of groep of een zaak
De identiteit van
een krant
bevat o.a. de uitgangspunten (politieke kleur of religieuze geaardheid) van die krant, maar ook de wijze van opmaak, de indeling of soms zelfs de papiergrootte.
WOB
Wet openbaarheid bestuur. Deze wet verplicht de overheid tot het geven van informatie, tenzij het gat om persoonlijke affaires binnen het koninklijk huis, om de staatsveiligheid of bedrijfsgeheimen
Redactiestatuut
Het verschijnsel dat steeds meer kranten zich concentreren in een uitgeverij zodat de onafhanelijkheid van die kranten in gevaar komt
Persconcentratie
Het verschijnsel dat steeds meer kranten zich concentreren in een uitgeverij zodat de onafhanelijkheid van die kranten in gevaar komt
Markt-
segmentering
Het opsplitsen van de tijdschriftenmarkt in veel kleine markten met tijdschriften voor bepaalde doelgroepen, bv. Mode, computers, sport, lifestyle enz.
Netprofilering
Het afstemmen van tv-programma's op een duidelijke doelgroep per televisienet.
Media-
concentratie
Het samengaan van verschillende vormen van massamedia in een mediabedrijf
Normen
Een regel die aangeeft hoe iemand zich hoort te gedragen
Waarden
Waarden zijn oriëntatiepunten voor het gedrag van mensen; ze geven aan wat mensen nastrevenswaard en waardevol vinden. Waarden liggen ten grondslag aan normen. Bijvoorbeeld: eerlijkheid, trouw, dienstbaarheid of eerbied voor het leven enz.
Cultuur
Onder het begrip cultuur verstaan we de leefwijze van een groep met alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken ( gewoontes, regels, tradities, rituelen, symbolen en kunst.), die de leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en die zij min of meer als vanzelfsprekend beschouwen.
Dominante cultuur
de cultuur van de groep in de samenleving met een invloedrijke politieke of economische positie; het kan, bij uitzondering, ook wel de cultuur zijn van een minderheid mits die een sterke politieke en economische positie in
de samenleving heeft.
Subcultuur
Onderdeel van de grotere, dominante (overheersende) cultuur. Naast overeenkomsten met de dominante cultuur zijn er ook waarden, normen en andere cultuurkenmerken die afwijken van de dominante cultuur.
Socialiserende
instituties
instellingen en organisaties waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt
Sociale controle
de wijze waarop mensen andere mensen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden
Internalisatie
Het automatisch naleven van regels, waarden en normen. Ze worden je niet meer van buitenaf opgelegd maar de cultuur is je zo eigen geworden dat je de regels naleeft zonder er bij na te denken.
Stereotype
een sterk gegeneraliseerd, versimpeld en vertekend beeld van het gedrag en de mentaliteit van een specifieke groep
Vooroordeel
een (meestal negatieve) mening of houding die niet of onvoldoende op feiten of ervaringen is gebaseerd
Discriminatie
het anders behandelen van mensen van een bepaalde groep op grond van kenmerken die in de gegeven situatie niet van belang zijn.
Pluriforme of
Multiculturele
samenleving
een samenleving waar mensen met verschillende culturele achtergronden naast elkaar wonen
Selectieve
perceptie
selectieve waarneming, bewust of onbewust een keuze maken uit de aangeboden informatie, waarbij het referentiekader meespeelt van degene die de keuzes maakt
Subjectiviteit
Analyse of waarneming die sterk gekleurd is door de eigen opvatting.
Objectiviteit
Houding waarbij men probeert zich veel mogelijk te beperken tot de feiten en niet laat beïnvloeden door eigen gevoelens of vooroordelen.
Het tegenovergestelde is subjectiviteit.
Manipulatie
het opzettelijk weglaten of verdraaien van feiten
Indoctrinatie
het systematisch opdringen van opvattingen door meningen als feiten te presenteren
Hoor en
wederhoor
journalistiek principe waarbij de journalist een gebeurtenis van verschillende kanten belicht door meerdere partijen aan het woord te laten
THIS SET IS OFTEN IN FOLDERS WITH...