aardrijkskunde

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

weer
toestand van dampkring op een bepaald moment op een bepaalde plaats
weerselementen
de onderdelen waaruit het weer bestaat temperatuur neerslag wind en bevolkingsgraad
temperatuur
de warmte of kou op een bepaald moment
thermometer
instrument om de temperatuur te meten
celsius
een eenheid van temperatuur
neerslag
water dat in vaste of vloeibare vorm op de aarde neerslaat
condenseren
het overgaan van water in gasvorm waterdamp. in vloeibare vorm water
wind
verplaatsing van lucht in dampkring
luchtdruk
het gewicht van de lucht dat op de aarde drukt
schaal van beaufort
schaalverdeling die de snelheid aangeeft waarmee de wind beweegt
windkracht
de kracht die de wind uitoefent uitgedrukt in eenheden volgens de schaal van beaufort schaal van 0 tot 12
windsnelheid
snelheid waarmee de lucht beweegt meestal uitgedrukt in meters per seconde
windrichting
richting waarmee de wind waait deze word genoemd naar de richting waaruit de wind komt
windroos
een diagram dat de windrichting aangeeft door middel van stralen
bevolkingsgraad
het percentage van de hemel dat met wolken is bedekt
uv-straling
ultra violette straling
zonkracht
een maat voor de hoeveelheid uv-straling in het zonlicht die de aarde bereikt
klimaat
het gemiddelde weer gemeten over een langere periode van 30 jaar in een groot gebied
gematigd zeeklimaat
klimaat met koele zomers en zachte winters en neerslag in alle jaargetijden
breedteligging
de afstand van een plaats tot de evenaar
zoninvalhoek
de hoek waarmee zonnestralen op het aardoppervlak vallen
hoogteligging
hoe hoog het land ligt hoe hoger hoe kouder
gesteldheid van aardoppervlak
de toestand van het land of de zee
aanlandige wind
wind die van zee naar het land waait
luchtvochtigheid
het percentage waterdamp dat zich in de lucht bevind
aflandige wind
wind die van het land naar de zee waait