32 terms

Aardrijkskunde

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Atmosfeer
De luchtlaag om de aarde
Breedtelingging
De geografische ligging van een plaats ten opzichte van de evenaar, uit gedrukt in graden
Evenaar
De breedtecirkel van 0° die de aarde verdeelt in een noordelijk en zuidelijk halfrond
Gematigd zeeklimaat
Een klimaat zoals in Nederland, met zachte winters en koele zomers en het hele jaar neerslag
Geografische breedte
De afstand van een plaats tot de evenaar
Geografische lengte
De afstand van een plaats tot
de nulmeridiaan
Gletsjers
Grote ijspakketten in de bergen, die ontstaan door ophoping van sneeuw
Invalshoek van de zon
De hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken
Klimaat
Het gemiddelde weer in een gebied, berekend over een periode van 30 jaar
Klimaatverandering
De geleidelijke verandering van het klimaat.
Landklimaat
Een klimaat met strenge winters en warme zomer, hoge breedte.
Meteoroloog
Iemand die metingen doet over het weer en het weer voorspelt.
Neerslag
Regen, hagel, sneeuw, mist en ijzel.
Noordelijk halfrond
Dat deel van de aarde dat ten noorden van de evenaar ligt.
Nulmeridiaan
De nulgradenmeridiaan die over Greenwich loopt
Pooldag
Een periode in het jaar waarin de zon voor een langere periode niet ondergaat
Poolklimaat
Klimaat met vrijwel altijd temperaturen onder nul en sneeuw of ijsbedekking, hoge breedte
Poolnacht
Een periode in het jaar waarin de zon voor langere periode niet opkomt
Regenschaduw
De kant van het gebergte waar het weinig regent
Savanneklimaat
Altijd warmer dan 18° een droge en natte tijd, lage breedte
Smog
Dikke mist met veel smerige stoffen erin
Steppeklimaat
Hoge temperaturen en weinig neerslag, de begroeiing blijft bij gras. Hier trekken mensen rond met hun vee,Lage breedte.
Stijgingsregen
Regen die ontstaat als warme lucht opstijgt en daardoor afkoelt.
Stuwingsregen
Regen die ontstaat wanneer lucht gedwongen wordt tegen een berghelling op te stijgen
Toendraklimaat
Niet warmer dan 10°, hoge breedte.
Tropisch regenwoudklimaat
Altijd warmer dan 18° altijd regen, lage breedte.
Waterdamp
Onzichtbaar gas dat ontstaat als het water verdampt.
Waterkringloop
Eerst zee, dan neerslag en via grondwater en rivieren terug naar zee.
Weer
Toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en bepaalde plaats.
Weerselementen
Dit zijn de neerslag, de temperaturen en de wind
Woestijnklimaat
Warm en droog, lage breedte.
Zuidelijk halfrond
Dat deel van de aarde dat aan het zuidelijke deel zit