How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

45 terms

Super Max 5-unité 1

STUDY
PLAY
Salut!
Dag!
Bonjour!
Dag!
madame
mevrouw
Qui est-ce?
Wie is het?
c'est
het is
Je ne comprends pas.
Ik begrijp het niet.
tu t'appelles
jij heet
Comment tu t'appelles?
Hoe heet jij?
je m'appelle
ik heet
je comprends
ik begrijp
Bravo!
Bravo!
vite
snel
un enfant
een kind
Écoutez!
Luister!
Voici ...
Hier is/zijn ...
il comprend
hij begrijpt
l'anglais
het Engels
le français
het Frans
compter
tellen
Je sais compter.
Ik kan tellen.
l'alphabet
het alfabet
la gym
de gymnastiek
une bonne idée
een goed idee
il/elle s'appelle
hij/zij heet
c'est bien
het is goed
le néerlandais
het Nederlands
répéter
herhalen
je comprends
ik begrijp het
je ne comprends pas
ik begrijp het niet
un/une prof
een leraar/lerares
un/une élève
een leerling/leerlinge
apprendre
leren
C'est super!
Dat is geweldig!
un
een
deux
twee
trois
drie
quatre
vier
cinq
vijf
six
zes
sept
zeven
huit
acht
neuf
negen
dix
tien
onze
elf
douze
twaalf