460 terms

Les mots du bac | de woorden van het eindexamen | leerjaar 4-5-6 | zie ook www.nufransleren.nl

Frans leren met nufransleren. Zie ook www.nufransleren.nl
STUDY
PLAY
les mots du bac
de woorden van het eindexamen
l'auteur parle d'un ton
de auteur spreekt op een toon die....is
calme
kalm
dramatique
dramatisch
étonné
verbaasd
indifférent
onverschillig
neutre
neutraal
positif
positief
critique
kritisch
moqueur
spottend
ni positif ni négatif
noch positief noch negatief
indigné
verontwaardigd
irrité
geïrriteerd
frustré
gefrustreerd
sceptique
sceptisch
amusé
geamuseerd
légèrement admirateur
licht bewonderend
déçu
teleurgesteld
mi-positif mi-négatif
half positief half negatief
plutôt négatif
tamelijk negatief
inquiet
bezorgd, ongerust
fort désapprobateur
zeer afkeurend
enthousiaste
enthousiast
ironique
spottend
moralisateur
moraliserend
rassurant
geruststellend
neutre
neutraal
incertain
onzeker
sérieux
serieus
approbateur
goedkeurend
le mot qui manque
het ontbrekende woord
ainsi
zo
même
zelfs, zelfde, zelf
d'autant plus que
temeer daar
par conséquent
derhalve
en outre
bovendien
en revanche
daarentegen
par exemple
bijvoorbeeld
sinon
zoniet, anders
en effet
want, inderdaad
par contre
daarentegen
bref
kortom, kort
car
want
autant
zo, zozeer
moins
min, minder
cependant
echter, evenwel
C'est à voir
Dat blijft te bezien
et comment !
en hoe !
pas du tout
helemaal niet
en plus
bovendien
enfin
eindelijk, tenslotte
pourtant
toch
voilà pourquoi
daarom
donc
dus
quoique
hoewel
mais
maar
même si
zelfs al(s)
alors que
terwijl
bien que
hoewel
sans que
zonder dat
à condition que
op voorwaarde dat
pour que
opdat, zodat
afin que
opdat, zodat
C'est que
Dat is omdat
comme si
alsof
d'ailleurs
trouwens
C'est pourquoi
daarom
aussi important que
even belangrijk als
ainsi que
evenals
tout de même
toch
dès que
zodra
jusqu'à ce que
totdat
cependant
echter, evenwel
certes
zeker, zeker--maar
au contraire
daarentegen
pendant que
terwijl
dorénavant
voortaan
Or,
Welnu,
toutefois
echter, evenwel
peu
weinig
un peu
een beetje
souvent
vaak
davantage
meer
parfois
soms
par exemple
bijvoorbeeld
trop
te, te veel
surtout
vooral
le/la/les plus
de/het meeste
de plus en plus
steeds meer
de moins en moins
steeds minder
un avantage
een voordeel
une vertu
een deugd, goede eigenschap, goede kant
un inconvénient
een nadeel
un désavantage
een nadeel
Aussi ( aan begin zin )
Daarom
également
ook
de même
eveneens
en outre
bovendien, naast
sauf
behalve, met uitzondering van
la cause
de oorzaak
être en cause
in het geding zijn
tout de même
toch
en résumé
samengevat
en somme
uiteindelijk, alles tezamen
finalement
uiteindelijk, tenslotte
d'ailleurs
trouwens
Quel sentiment exprime l'auteur ?
Welk gevoel drukt de schrijver uit ?
de l'admiration
bewondering
de l'étonnement
verbazing
du regret
spijt
du sarcasme
sarcasme
de la déception
teleurstelling
de l'angoisse
angst
de l'espoir
hoop
de l'indifférence
onverschilligheid
de la désapprobation
afkeuring
de l'approbation
goedkeuring
de la méfiance
wantrouwen
de la résignation
berusting
de l'optimisme
optimisme
de l'inquiétude
ongerustheid
du souci
zorg, bezorgdheid
de l'appréciation
waardering
du pessimisme
pessimisme
de la moquerie
spot
de la colère
woede
Comment se rapporte cette phrase à celle qui précède/suit ?
Hoe verhoudt deze zin zich tot de voorgaande/volgende
elle en indique la cause
hij geeft de oorzaak aan
elle en indique la conséquence
hij geeft het gevolg aan
elle l'affaiblit
hij zwakt hem af
elle l'explique
hij legt hem uit
elle s'y oppose
hij geeft het tegendeel aan
elle la relativise
hij relativeert hem
elle la contredit
hij weerspreekt hem
elle l'appuie
hij ondersteunt hem
elle la renforce
hij versterkt hem
elle la souligne
hij benadrukt hem
elle l'illustre
hij illustreert hem
dépendre
afhangen
dépenser
uitgeven
décider
beslissen
décéder
overlijden
abandonner
opgeven
abonder ( abondant, l'abondance )
overvloedig aanwezig zijn ( overvloedig, overvloed )
disposer de
beschikken over
se débarasser de
zich ontdoen van
le cours
de les, de loop, de koers van een munt
le cours de l'histoire
de loop van de geschiedenis
quitte à
op het gevaar af
quitter
verlaten
la filière
het profiel
le fil
de draad
la fille
de dochter, het meisje
le fils
de zoon
traduire, la traduction. le traducteur
vertalen, de vertaling, de vertaler
cesser
ophouden
il ne cesse de...
hij blijft maar....
incessant
onophoudelijk
le pouvoir
de macht
pouvoir
kunnen, mogen
les pouvoirs publics
de overheid
le pouvoir d'achat
de koopkracht
mêler
mengen
l'envers
de keerzijde
l'enfer
de hel
la mutation
de verandering
en effet
want, inderdaad
parvenir à
bereiken
un mélomane
een muziekfanaat
un lien
een band
un lieu
een plek
Qu'est-ce qui ressort..
Wat blijkt uit..
une manifestation
een demonstratie
un logiciel
software
inciter
aansporen
polluer
vervuilen
la province
de provincie
La Provence
de Provence
à midi
om 12.00 uur
le Midi
Zuid-Frankrijk
enlever
wegnemen
relever
optillen, verheffen
considérable
aanzienlijk
catastrophique
rampzalig
imprévisible
onvoorspelbaar
négligeable
te verwaarlozen
avantage
voordeel
davantage
meer
un inconvénient
een nadeel
répandre
verspreiden
répondre
antwoorden
adapter
aanpassen
A quoi sert
Waartoe dient
encourager
aanmoedigen
décourager
ontmoedigen
rassurer
geruststellen
montrer
aantonen, tonen
prouver
bewijzen
critiquer
bekritiseren
relativiser
relativeren
renforcer
versterken
expliquer
uitleggen
accentuer
accentueren
décrire
beschrijven
inciter
aansporen
donner
geven
énumérer
opnoemen, opsommen
souligner
benadrukken
introduire
introduceren
esquisser
schetsen
il y a eu
er is geweest
il était une fois
er was eens
il s'est tué dans un accident
hij is omgekomen bij een ongeluk
il a envie de s'amuser
hij heeft zin om zich te vermaken
il doute de tout
hij twijfelt aan alles
il s'en doutait
hij vermoedde het al, hij dacht het al
il ne fait qu'accroître
hij blijft maar toenemen/groeien
ils déplaisent
zij mishagen / bevallen niet
il a plu
hij is bevallen / het heeft geregend
tu suis
jij volgt
ils nuisent
zij schaden
il ne cesse de diminuer
hij/het blijft maar afnemen
ils se plaignent
zij klagen
il est convaincu
hij is overtuigd
il s'est convaincu
hij heeft zich overtuigd
il vient de + inf
zojuist + infinitief
Il vient de partir
hij is zojuist vertrokken
il se moque de..
hij spot met, hij lacht uit
ils trompent
zij bedriegen
ils se trompent
zij vergissen zich
il ressemble à
hij lijkt op
ça mérite
dat verdient
gérer
managen
mettre en valeur
uit laten komen
menacer
bedreigen
il a vécu
hij heeft geleefd
c'est un jeu où il pourrait n'y avoir que des gagnants
het is een spel waar alleen maar winnaars zouden kunnen zijn
préserver
behouden
il s'en faut de beaucoup
bij lange na niet
aussi
ook, zó
aussi----que
even---als
ainsi que
evenals
d'autant plus que
temeer daar
de même
eveneens, zo ook
également
ook
en outre
bovendien, naast
en plus / de plus
naast, bovendien
enfin
eindelijk, tenslotte
d'ailleurs
trouwens
même
zelf, zelfs, zelfde
bref
kort(om)
donc
dus
en effet
want, inderdaad
en résumé
samengevat
en somme
alles tezamen
finalement
tenslotte
le but
het doel
l'objectif
het doel, de doelstelling
afin de/que
opdat, zodat, om te
à condition que
op voorwaarde dat
par conséquent
derhalve
pour que
opdat, zodat
reden
...
C'est pourquoi
daarom
C'est pour cela que
daarom
car
want
parce que
omdat
Comme ( begin van zin )
Omdat ( of gewoon: zoals )
puisque
aangezien, immers
à partir de
vanaf
aujourd'hui
vandaag, vandaag den dag, tegenwoordig
autrefois
vroeger
avant
voor, voorheen, vroeger
d'abord
eerst
depuis
sinds
désormais
voortaan
ensuite
vervolgens
et puis
en verder
jusqu'à ce que
totdat
maintenant
nu
puis
daarna, verder
toujours
altijd, nog steeds
dès que
zodra
tout à coup
opeens
tout de suite
meteen
alors que
terwijl
cependant
echter, evenwel
bien que
hoewel
certes
zeker, zeker maar
contrairement à
in tegenstelling tot
en revanche
daarentegen
mais
maar
même si
zelfs al(s)
néanmoins
niettemin
Or
Welnu
pourtant
toch
reste que
blijft
au contraire
daarentegen
par contre
daarentegen
à l'inverse
omgekeerd
toutefois
echter
ainsi
zo
par exemple
bijvoorbeeld
baisser, la baisse
dalen, de daling
décevant
teleurstellend
démodé
ouderwets
désapprouver
afkeuren
diminuer, la diminution
verminderen/afnemen/kleiner worden, de vermindering
dur
hard, zwaar, moeilijk
exagérer
overdrijven
faux, fausse
fout, vals, onjuist
gêner
hinderen
honte, honteux
schande/schaamte, schandelijk/vol schaamte
un inconvénient
een nadeel
inquiétant
zorgwekkend
il manque, un manque de
er mist, een gebrek aan
nuire, il nuit, il a nui la nuit
schaden, hij schaadt, hij heeft geschaad de nacht
mauvais, mal, pire, pis
slecht, slecht, slechter
plaindre, la plainte, il se plaint
klagen, de klacht, hij klaagt
un préjugé
een vooroordeel
pauvre, la pauvreté
arm, de armoede
punir, la punition
straffen, de straf
regretter
betreuren
reprocher
verwijten
sanctionner, la sanction
straffen, de straf
un échec
een mislukking
améliorer
verbeteren
apprécier
waarderen
attirer
aantrekken
augmenter
vergroten, toenemen
avantage
voordeel
un bienfait
een weldaad
célèbre
beroemd
croître, croissant, accroissement, crû
groeien, groeiend, groei, gegroeid
croire, elle croit, il a cru
geloven zij gelooft, hij heeft geloofd
encourager
aanmoedigen
favoriser
begunstigen
meilleur, mieux
beter
plaire, il plaît, il a plu
bevallen, hij bevalt, hij beviel ( of: het heeft geregend )
préférer
prefereren
la prospérité
de welvaart
réussir, réussi, la réussite
slagen, geslaagd, het slagen/succes
riche, enrichir, la richesse, l'enrichissement
rijk, verrijken, de rijkdom, de verrijking
l'âge
de leeftijd
aîné
oudere, oudste
apprendre, l'apprentissage
leren, het leren
assurer
verzekeren
l'avenir
de toekomst
les Bataves
de Nederlanders
choisir
kiezen
la confiance
het vertrouwen
considérer
beschouwen
le comportement
het gedrag
connaître, connu
kennen, gekend
conseiller, déconseiller
aanraden, afraden
contribuer
bijdragen
convaincre, convaincu
overtuigen, overtuigd
d'après
volgens
déduire
afleiden
défendre
1. verdedigen 2. verbieden
le défi
de uitdaging
devenir, devenu
worden, geworden
l'échange, échanger
de uitwisseling, uitwisselen
élargir
verbreden
éloigner
verwijderen
en tant que
als, in hoedanigheid van
envahir, envahi,l'envahisseur
veroveren, veroverd, de veroveraar
l'environnement
het milieu
l'époque
het tijdperk, de tijd
étonner, étonné, étonnant
verbazen, verbaasd, verbazend
éviter
vermijden
facile
makkelijk
grâce à
dankzij
honnête
eerlijk
il faut
het is nodig, men moet, er is nodig
le nombre
het aantal ( de naam = le nom )
limiter
beperken
lutter, la lutte
strijden, de strijd
malgré
ondanks
mentir, le menteur, le mensonge
liegen, de leugenaar, de leugen
moyen
gemiddeld
les moyens
de middelen, het geld
n'importe qui
om het even wie
n'importe quoi
het geeft niet wat, onverschillig wat
négliger
verwaarlozen
nier
ontkennen
nombreux
talrijk
la preuve
het bewijs
prévisible. imprévisible
voorspelbaar, onvoorspelbaar
rare
zeldzaam
rarement
zelden
reduire
reduceren
réfléchir
nadenken
la solution
de oplossing
sous-estimer
onderschatten
surestimer
overschatten
tel que
zoals
unique
uniek
utiliser, l'utilité, l'utilisateur, l'utilisation
gebruiken, het nut, de gebruiker, het gebruik
user
slijten
des quatre coins du monde
van de 4 hoeken van de wereld
la valeur
de waarde
l'économie
de economie
le chômage
de werkeloosheid
le cible
de doel
consommer
consumeren, verbruiken
le marché
de markt
la marque
het merk
le métier
het beroep
la retraite
het pensioen
vendre, vendu
verkopen, verkocht
l'immigration
de immigratie
beur, maghrébin
noordafrikaans
étranger
buitenlands, buitenlander, buitenland
pays d'accueil
immigratieland
pays d'origine
land van oorsprong
école et société
school en maatschappij
le collège
school ( onderbouw middelbare school )
le proviseur
de rector
les devoirs
het huiswerk
la récré(ation)
de pauze
le lycée
school ( bovenbouw middelbare school )
sécher les cours
spijbelen
une famille aisée
een rijke/welgestelde familie
un milieu favorisé, défavorisé
een rijk milieu, arm
un milieu peu favorisé
een arm milieu
la société
de maatschappij
l'informatique
informatica
un internaute
een internetter
la Toile
het Web
l'ordinateur
de pc
la puce
de chip
une carte à puces
een chipkaart
une imprimante
een printer
une souris
een muis
le clavier
het toestenbord
un logiciel
software
sigles
afkortingen
les DOM-TOM ( domaines d'outre mer - territoires d'outre mer )
overzeese gebiedsdelen van Frankrijk
l'UE ( Union Européenne )
de E.U. ( LET OP: les E.-U. = Etats Unis = VS )
les E.-U. ( Etats-Unis )
de V.S. ( LET OP: l'UE = Union Européenne = EU )
un PDG ( Président Directeur Général )
een CEO
un HLM ( habitation à loyer modéré )
een goedkope huurwoning
un SDF ( sans domicile fixe )
een dakloze
le SMIC ( salaire minimum interprofessionnel de croissance )
het minimumsalaris
l'ONU ( Organisation des nations Unies )
de UNO
le RER ( Réseau Express Réginonal )
de regionale metro van Parijs
la RATP ( Régie Autonome des Transports Parisiens )
de metro binnen Parijs
un OVNI ( objet volant non identifié )
een UFO
l'ADN
DNA
le SIDA ( syndrome de l'immunodéficience acquise )
Aids
les BD ( bandes dessinées )
stripverhalen
l'INSEE ( Institut National de la Statistique et des Études Économiques )
instituut voor statistiek
Jour J
D Day
Heure H
Uur U
SNCF ( Société Nationale des Chemins de fer Français )
Franse Spoorwegen
une ONG ( organisation non gouvernementale )
een NGO
un VTT ( un vélo tout terrain )
een mountainbike
l'OTAN ( L'Organisation du traité de l'Atlantique Nord )
de NAVO
TVA ( taxe sur la valeur ajoutée )
BTW