15 terms

Super Max 5 - Unité 6 - Situation 2

STUDY
PLAY
une fête
een feest
je me déguise en ...
ik verkleed me in ...
une fée
een fee
je mets
ik trek aan
une robe
een jurk
bleu, bleue
blauw
des chaussures
schoenen
doré, dorée
gouden
une sorcière
een heks
un chapeau
een hoed
noir, noire
zwart
des collants
een kousenbroek
une cape
een cape
Je maquille mon visage.
Ik schmink mijn gezicht.
un vampire
een vampier