105 terms

spaanse zinnen

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Juan me compra un libro
Juan koopt voor mij een boek
Juan te compra un libro
Juan koopt voor jou een boek
Juan le compra un libro
Juan koopt voor hem/haar een boek
Juan nos compra un libro
Juan koopt voor ons een boek
Juan os compra un libro
Juan koopt voor jullie een voek
Juan les compra un libro
Juan koopt voor jullie een boek
Compro un libro
ik koop een boek
Lo compro
ik koop het
Te lo compro
ik koop het voor je
voy a comprartelo
ik ga het voor je kopen
se los compro
ik koop ze voor hem
viajaría
ik zou reizen
viajarías
jij zou reizen
viajaría
hij zou reizen
viajaríamos
wij zouden reizen
viajaríais
jullie zouden reizen
viajarían
zij zouden reizen
vería
ik zou zien
verían
zij zouden zien
veríais
jullie zouden zien
pediríamos
wij zouden vragen
diríamos
wij zouden zeggen
haría
hij zou doen
pondrías
jij zou zetten
podrían
zij zouden kunnen
querría
zij zou willen
sabrías
jij zou weten
saldrían
zij zouden uitgaan
tendríamos
wij zouden hebben
vendría
ik zou kopen
el martes estuvimos en Barcelona en una reunión
Dinsdag waren wij in Barcelona op een reunie
ayer durmió
gister sliep hij
anteayer dormí
eergister sliep ik
el año pasado murió
vorig jaar stierf zij
en 2007 sigieron una carrera
in 2007 volgden zij een studie
en 2007 segí una carrera
in 2007 volgde ik een studie
la semana pasada se sintió malo
vorige week voelde hij zich slecht
el año pasado me sentí mal
vorig jaar voelde ik me slecht
en enero produjo sillas
in februari produceerde hij stoelen
anoche tuve un dolor
gisternacht had ik pijn
el mes pasado viniste visitarme
vorige maand kwam jij mij opzoeken
ayer fui al zoológico
gister ging ik naar de dierentuin
leí un libro de frases útiles en el avion
ik heb een boekje met handige zinnen gelezen in het vliegtuig
viste la fuente enorme por la primera vez
jij zag de enorme fontein voor het eerst
subió las escaleras para ir al segundo piso
hij klom de trap om naar de 2e verdieping te gaan
tomamos un taxi al museo
wij namen een taxi naar het museum
salisteis del hotel a las nueve de la mañana
jullie verlieten het hotel om 9 uur 's ochtends
viajaron a cadiz hace tres días
zij reisden naar cadiz 3 dagen geleden
ella nació
zij werd geboren
tomé un taxi
ik nam een taxi
estudiaste español por quatro horas
jij studeerde spaans 4 uur lang
estudió español por quatro horas
hij studeerde spaans 4 uur lang
tomamos un taxi al museo
wij namen een taxi naar het museum
viajasteis a Alemania ayer
jullie zijn gister naar Duitsland gereisd
viajamos a cinco países este verano
wij zijn naar 5 landen gereisd deze zomer
viajó a tres ciudades en tres días
zij is naar 3 steden gereisd in 3 dagen
vi la fuente grande en la plaza mayor
ik zag de grote fontein op het "main" plein
viste las estatuas grandes en el parque
jij zag de grote beelden in het park
leyó la guía para Madrid seis veces
hij heeft de gids voor Madrid 6x gelezen
subimos muchas escaleras en la torre
wij hebben veel trappen beklommen in de toren
subisteis las escaleras para ir al segundo piso
jullie beklommen de trappen om naar de tweede verdieping te gaan
salieron el hotel a las siete esta mañana
zij verlieten het hotel om zeven uur deze ochtend
salimos para el aeropuerto a las 5.30
wij vertrokken naar het vliegveld om 5.30
subí las escaleras en lugar de usar el ascensor
ik beklom de trappen in plaats van de lift te gebruiken
le di el boleto
ik gaf hem het kaartje
me diste el boleto
jij gaf mij het kaartje
le dio el boleto a él
hij gaf het kaartje aan hem
te dimos el boleto
wij gaven het kaartje aan jou
me disteis el boleto
jullie gaven mij het kaartje
me dieron el boleto
zij gaven mij het kaartje
le di un plátano al mono
ik gaf een banaan aan de aap
Andy le dio una manzana al oso
Andy gaf een appel aan de beer
le dimos un pescado a la nutria
wij gaven een vis aan de otter
mis amigos le dieron una manzana al elefante
mijn vrienden gaven een appel aan de olifant
le diste un pollo al tigre
jij gaf een kip aan de tijger
las clases fueron fáciles
de lessen waren makkelijk
fui al campo por autobús
ik ging naar het platteland met de bus
fuiste a España por avion
jij ging naar spanje met het vliegtuig
fue una fiesta fantástica
het was een fantastisch feest
fuisteis al zoológico por coche
jullie gingen naar de dierentuin met de auto
vinieron visitarme
zij zijn gekomen om mij op te zoeken
hice un examen ayer
ik heb gister een examen gedaan
quiso una manzana anteayer
eergister wilde hij een appel
hizo su tarea ayer
hij heeft zijn huiswerk gedaan gister
vine a las nueve anoche
ik kwam om negen uur 's nachts aan
se puso los guantes
hij deed de handschoenen aan
puse la mesa
ik dekte de tafel
pusiste la sal en el plato
jij deed de zout in het gerecht
conduje el autobús en Irlanda
ik heb de bus gereden in Ierland
tradujeron el texto
zij vertaalden de tekst
dije un cuento fantástico ayer
ik heb een fantastisch verhaal verteld gister
dijimos la verdad la semana pasada
wij hebben de waarheid verteld vorige week
anduve en el parque ayer
ik heb in het park gelopen gisteren
jugué con el pelota ayer
ik speelde met de bal gisteren
jugó al footbol esta tarde
hij heeft gevoetbalt vanmiddag
toqué el agua en la fuente
ik heb het water aangeraakt in de fontein
tocó el agua
hij heeft het water aangeraakt
crucé la calle para ir al museo
ik kruisde de straat om naar het museum te gaan
cruzó la calle
hij kruisde de straat
sentí ayer
ik voelde gisteren
sintió ayer
hij voelde gisteren
sintieron ayer
zij voelden gisteren
dormí anoche
ik sliep vanacht
durmió anoche
hij sliep vanacht
durmieron anoche
zij sliepen vanacht