134 terms

Aardrijkskunde Buitenland Hoofdstuk 5

Aardrijkskunde 6VWO buitenland hoofdstuk 5
STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Aardkern
Het binnenste deel van de aarde, waar warmte ontstaat.
Aardkorst
De dunne buitenste schil van de aarde, die bestaat uit continentale en oceanische korst.
Aardkorstplaten
Delen van de aardkorst die als geheel bewegen ten opzichte van andere aardkorstplaten.
Aardmantel
Het deel van de aarde waar de aardkorst op drijft.
Aardverschuiving
Het in beweging komen van los verweringsmateriaal op hellingen.
Alpen
Gebergte dat in de afgelopen 65 miljoen jaar geplooid is.
Andesiet
Stollingsgesteente dat ontstaat bij vulkaanuitbarstingen in subductiezones.
(Semi)aride zone
Landschapszone gekenmerkt door een lage hoeveelheid neerslag, waardoor woestijn en steppe overheersen.
Asthenosfeer
Het gedeelte van de mantel dat gedeeltelijk vloeibaar is en waar de lithosfeer overheen beweegt.
Atmosfeer
De verschillende luchtlagen (troposfeer, stratosfeer, mesosfeer, thermosfeer) om de aarde heen.
Atmosferische circulatie
Algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de daarbij horende lage- en hogedrukgebieden.
Basalt
Stollingsgesteente dat ontstaat bij vulkaanuitbarstingen.
Bergstorting
Een grote rotsmassa die over een helling naar beneden glijdt.
Boreale zone
Landschapszone gekenmerkt door grote verschillen tussen zomer en winter, waarbij de winters koud zijn. Er groeit hier hoofdzakelijk naaldwoud.
Breuk
Gesteente dat onder invloed van rek of druk in de aardkorst breekt.
Breukgebergte
Gebergte dat ontstaat als langs een breuk delen van de aardkorst omhoog bewegen.
Broeikaseffect
Proces in de atmosfeer, waarbij langgolvige straling wordt geabsorbeerd door gassen als koolstofdioxide, methaan en waterdamp.
Broeikasgassen
Gassen in de atmosfeer die warmte vasthouden.
Caldera
Het deel van een stratovulkaan dat overblijft als de bovenkant van de vulkaan na een explosieve uitbarsting instort.
Chemische verwering
Het oplossen van gesteente door de inwerking van water, zuren en zuurstof.
Conglomeraat
Een gesteente dat ontstaat wanneer lagen grind worden samengeperst.
Convectiestroming
Het systeem van stromingen van gesteente in de mantel.
Convergente plaatbeweging
De beweging waarbij aardkorstplaten naar elkaar toe bewegen.
Corioliseffect
Het effect dat luchtstromen een zijdelingse afwijking krijgen door de draaiing van de aarde. NH --> naar rechts. ZH -->naar links.
Delta
Nieuw land dat ontstaat op de plaats waar een rivier in zee uitmondt en het sediment zich ophoopt.
Depressie
Lagedrukgebied op gematigde breedte ontstaan als gevolg van de botsing van polaire lucht met lucht van het subtropisch maximum.
Diepwaterpomp
Proces waarbij koud en zout water zinkt, hetgeen de thermohaliene circulatie aandrijft.
Diepzeetroggen
De diepste plaatsen in de oceaan die ontstaan bij convergente plaatbewegingen.
Divergente plaatbewegingen
De beweging waarbij aardkorstplaten uit elkaar bewegen.
Doline
Laagte in het terrein die ontstaat doordat grotten in kalksteen instorten.
Dynamisch evenwicht
Een situatie die gemiddeld in evenwicht is.
Effusieve eruptie
Een rustig verlopende uitbarsting van een vulkaan.
El Niño
Toestand van de equatoriale Grote Oceaan, waarbij oceaanwater richting Peru stroomt en daar opwelling van koud diepzeewater belemmert. Wordt vaak verward met ENSO, dat wil zeggen het gehele systeem van El Niño, La Niña en de zuidelijke oscillatie samen.
Endogene processen
Processen, zoals aardbevingen, vulkanisme, platentektoniek en gebergtevorming, die 'van binnenuit' op de aardkorst inwerken.
Energiebalans
Het dynamisch evenwicht in inkomende en uitgaande straling op aarde.
Epicentrum
Plaats aan het aardoppervlak die direct boven de haard van de aardbeving ligt.
Equatoriale lage luchtdruk
Lagedrukgebied rond de evenaar.
Erosie
De uitschurende werking van water, wind of ijs dat in beweging is.
Estuarium
Een trechtervormige riviermonding die ontstaat bij grote eb- en vloedverschillen.
Excentriciteit (van de aardbaan)
De mate waarin de baan van de aarde niet cirkelvormig is.
Exogene processen
Processen zoals verwering, erosie en sedimentatie, die 'van buitenaf' op de aardkorst inwerken.
Explosieve eruptie
Een explosief verlopende vulkaanuitbarsting.
Fysische verwering
Het verbrokkelen van gesteente door het bevriezen van water, temperatuurwisselingen of de werking van wortels.
Gematigde zone
Landschapszone gekenmerkt door milde winters, koele zomers en voldoende vocht, waardoor er loofbossen groeien. Momenteel dichtbevolkt en in hoge mate in gebruik door de landbouw.
Gesteentekringloop
De doorgaande omvorming van stollingsgesteente naar sedimentgesteente naar metamorf gesteente.
Gneis
Metamorf gesteente dat ontstaat uit graniet.
Hogedrukgebied (maximum)
Een gebied met een hoge luchtdruk, dat ontstaat doordat lucht daalt.
Horst
Zijde van de breuk die omhoog is bewogen.
Hotspot
Vulkanen die niet liggen bij de randen van aardkorstplaten, maar die veroorzaakt worden door mantelpluimen.
Hydrologische kringloop
De kringloop van het water.
Inkomende zonnestraling
De instraling van de zon aan de top van de atmosfeer.
Interglaciaal
Warmere periode tussen twee ijstijden in het Kwartair.
ITCZ
Lagedrukgebied rond de evenaar.
Intrusie
Magma dat ondergronds stolt.
Jong gebergte
Hoog gebergte met veel reliëf, dat nog steeds gevormd wordt.
Kalksteen
Sedimentgesteente dat ontstaat door het samenpersen van schelpen en kalkskeletten.
Karstverschijnselen
Alle verschijnselen die ontstaan door het oplossen van kalksteen.
Klimaat
Het gemiddelde weer van een gebied gemeten over 30 jaar.
Klimaatclassificatie
Bedacht systeem om klimaattypen te onderscheiden.
Klimaatgebied
Groot gebied met sterke overeenkomsten in klimaat.
Klimaatgrafiek
Grafiek waarop je de gemiddelde temperatuur en neerslag van een plek op aarde kunt aflezen.
Klimaatsysteem
Een classificatie waarmee de verschillende klimaten op aarde ingedeeld kunnen worden.
Koolstofkringloop
De continue verplaatsing van koolstof tussen de atmosfeer, hydrosfeer, biosfeer en lithosfeer.
Köppen
Duitse klimatoloog en botanicus die een beroemde klimaatclassificatie ontwierp.
Kortgolvige straling
Straling van de zon die de energie levert voor de opwarming van de aarde en de atmosfeer.
Koude zeestroom
Zeestroom afkomstig uit een koud gebied.
Kwartair
Geologisch tijdvak van de afgelopen 2,6 miljoen jaar.
Lagedrukgebied (minimum)
Een gebied met een lage luchtdruk, dat ontstaat doordat lucht opstijgt.
Landschapszone
Groot gebied met sterke overeenkomsten in landschap.
Langgolvige straling
Uitgaande warmtestraling afkomstig van het opgewarmde aardoppervlak en de atmosfeer.
La Niña
Toestand van de equatoriale Grote Oceaan, waarbij oceaanwater richting Indonesië stroomt en opwelling van koud diepzeewater bij Peru stimuleert.
Latente energie
Energie die niet direct actief is, zoals de energie die opgeslagen is in waterdamp en weer vrijkomt bij condensatie.
Leisteen
Metamorf gesteente dat ontstaat uit schalie.
Lijzijde
Uit de wind gelegen zijde van een gebergte.
Lithosfeer
De aardkorst en het bovenste deel van de mantel dat als aardkorstplaten beweegt.
Loefzijde
Zijde van een gebergte in de wind.
Magnitude
De hoeveelheid vrijgekomen energie bij een aardbeving.
Marmer
Metamorf gesteente dat ontstaat uit kalksteen.
Massabewegingen
Alle bewegingen van verweringsmateriaal langs de helling naar beneden als gevolg van zwaartekracht.
Mechanische verwering
Het verbrokkelen van gesteente door het bevriezen van water, temperatuurwisselingen of de werking van wortels.
Metamorf gesteente
Gesteente dat ontstaat doordat bestaand gesteente onder druk komt en daardoor vervormt.
Mid-oceanische rug
Het onderwatergebergte op de oceaanbodem dat een wereldomspannend geheel vormt.
Milankovic-variabelen
De variabelen excentriciteit, scheefheid en precessie, waardoor er cyclische variaties in de baan van de aarde plaatsvinden.
Moesson
Een halfjaarlijkse draaiende wind in de tropen die in de zomer veel regen brengt vanaf zee en in de winter vooral droge lucht van een continent.
Moessonklimaat
Een tropisch klimaat met een natte periode en een droge periode (Am). Het droge seizoen kent niettemin voldoende regenval voor aaneengesloten bos.
Mondiale luchtcirculatie
Algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de daarbij horende lage- en hogedrukgebieden.
Morene
Ongesorteerd verweringspuin afgezet voor, onder en naast gletsjers.
Oceanische circulatie
Containerbegrip voor alle oceaan- en zeestromen.
Oud gebergte
Laag gebergte met weinig reliëf, dat lang geleden gevormd is.
Pangaea
Het super continent dat ongeveer 225 miljoen jaar geleden bestond.
Passaat
Wind die van de subtropische hogedrukgebieden richting de evenaar waait. Op het noordelijk halfrond komt deze uit het noordoosten, op het zuidelijk halfrond uit het zuidoosten.
Platentektoniek
Het bewegen van de aardkorstplaten.
Plooien
Gesteente dat door de druk in de aardkorst verbogen wordt.
Plooiingsgebergte
Gebergte dat ontstaat door de druk in de aardkorst waarbij gesteente geplooid en opgeheven wordt.
Polaire zone
Landschapszone rond de polen met ijskappen, gletsjers en toendra.
Precessie (van de aardas)
Tollende beweging van de aarde, die ervoor zorgt dat de jaargetijden op een variërende positie in de aardbaan plaatsvinden.
Puinhelling
Verweringsmateriaal dat langs een helling blijft liggen.
Puinwaaier
Een waaiervormige ophoping van stenen aan de voet van een berghelling, ontstaan door massabewegingen.
Pyroclastica
Al het materiaal dat bij een vulkaanuitbarsting in de lucht wordt geslingerd, zoals lava, as en stenen.
Rivierstelsel
Een (hoofd)rivier met al haar zij- en bijrivieren.
Schaal van Mercalli
Schaal waarbij de intensiteit van een aardbeving wordt gemeten aan de hand van de hoeveelheid schade die is aangericht.
Schaal van Richter
Schaal waarbij de intensiteit van en aardbeving wordt gemeten aan de hand van de hoeveelheid energie die vrijkomt.
Schalie
Sedimentgesteente dat ontstaat door het samenpersen van lagen klei.
Scheefheid (van de aardas)
Mate waarin de aardas scheef staat.
Schild
De kern van het continent, waar de oudste gesteenten voorkomen.
Schildvulkaan
Een vulkaan die ontstaat doordat de dun vloeibare basaltische lava rustig vanuit de krater uitstroomt en een uitgestrekt gebied kan bedekken.
Schist
Metamorf gesteente dat ontstaat als kleihoudend gesteente onder grote druk komt te staan.
Schollen
Delen van de aardkorst die als geheel bewegen ten opzichte van andere aardkorstplaten.
Sediment
Het losse materiaal dat door rivieren of de wind wordt meegenomen.
Sedimentatie
Het ophopen van sediment op plaatsen waar de snelheid van water of wind afneemt.
Sedimentgesteente
Gesteente dat ontstaat door het samenpersen van sedimenten.
Slenk
De zijde van de breuk die omlaag is bewogen.
Steenkool
Metamorf gesteente dat ontstaat uit bruinkool.
Stollingsgesteente
Gesteente dat ontstaat doordat vloeibare lava of magma stolt.
Stralingsbalans
Het dynamisch evenwicht in inkomende en uitgaande straling op aarde.
Stratovulkaan
Kegelvormige vulkaan die bestaat uit een gelaagde opbouw van afwisselend as- en lavalagen.
Subductie
Het wegduiken van oceaanbodem in de mantel.
Subtropische zone
Landschapszone op de overgang van aride en gematigde zones, vaak gekenmerkt door droogtetolerante vegetatie.
Terugkoppelingsmechanisme
Proces dat invloed heeft op hetgeen waardoor het in werking wordt gezet.
Transforme plaatbeweging
De beweging waarbij aardkorstplaten langs elkaar bewegen.
Tropische zone
Landschapszone rond de evenaar, gekenmerkt door tropisch regenwoud, savanne en tropische landbouw.
Tsunami
Golven die ontstaan door aardbevingen op de bodem van de oceaan.
Verhang
Het gemiddelde hoogteverschil tussen twee plaatsen langs een rivier per kilometer. Het verhang bereken je door het hoogteverschil te delen door de afstand.
Versterkt broeikaseffect
Het deel van het broeikaseffect dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen. Het gaat hierbij met name om de uitstoot van koolstofdioxide.
Verwering
Het uiteenvallen van gesteente door inwerking van water, temperatuur, wortels en zuren.
V-vormige dalen
Diepe dalen ontstaan als gevolg van verticale erosie door rivieren.
Warme zeestroom
Zeestroom afkomstig uit een warm gebied.
Weer
De toestand van de atmosfeer op een bepaalde locatie.
Wind
De beweging van lucht als gevolg van luchtdrukverschillen.
Wet van Buys Ballot
Het effect dat luchtstromen een zijdelingse afwijking krijgen door de draaiing van de aarde. NH --> naar rechts. ZH --> naar links.
Zandsteen
Sedimentgesteente dat ontstaat door het samenpersen van lagen zand.
Zeestroom
Dominante stromingen op zee, vaak in de richting van de overheersende wind en daardoor aangedreven.
IJstijd
Langdurige periodes in het geologische verleden, waarin grote ijskappen werden gevormd.
Graniet
Stollingsgesteente dat ondergronds stolt bij intrusies.