26 terms

U32 portfolio

STUDY
PLAY
Cyrano heeft een heel grote neus.
Cyrano a un très grand nez.
Popeye heeft heel sterke armen.
Popeye a des bras très forts.
Onze baby heeft al twee tandjes.
Notre bébé a déjà deux petites dents.
Sabine opent nooit haar mond.
Sabine n'ouvre jamais la bouche.
Hervé heeft blond haar en blauwe ogen.
Hervé a les cheveux blonds et les yeux bleus.
Slaap jij op je rug of op je buik?
Tu dors sur le dos ou sur le ventre?
Toto kan al op z'n vingers tellen.
Toto sait déjà compter sur les doigts.
Ik heb pijn aan mijn linkerarm.
J'ai mal au bras gauche.
Guillaume is op zijn rechterknie gevallen.
Guillaume est tombé sur le genou droit.
Lisa heeft hoofdpijn.
Lisa a mal à la tête.
Ze heeft ook pijn in haar rechteroor.
Elle a aussi mal à l'oreille droite.
Na die lange wandeling heb ik pijn in m'n benen en m'n voeten.
Après cette longue promenade, j'ai mal aux jambes et aux pieds.
De leraar gaat de oefening met mij maken.
Le prof va faire l'exercice avec moi.
Ik kan om 16 uur bij je zijn.
Je peux être chez toi à 16 h.
Dat is M. Leroy.
C'est M. Leroy.
Zijn vrouw staat naast hem.
Sa femme est à côté de lui.
Is Olga hier?
Olga est ici?
Ik heb een geschenk voor haar.
J'ai un cadeau pour elle.
We gaan voetballen.
On va jouer au foot.
Kom je met ons mee?
Tu viens avec nous?
Gaan we hier binnen?
Nous entrons ici?
Na u!
Après vous!
Tim en Carl zijn alleen.
Tim et Carl sont seuls.
Ik blijf bij hen.
Je reste près d'eux.
We wachten op onze vriendinnen.
Nous attendons nos copines.
We gaan niet weg zonder hen.
Nous ne partons pas sans elles.