Bv begrippen eindtoets klas 1

STUDY
PLAY
Constructie
Bouwwijze; manier waarop verschillende delen van een werkstuk met elkaar verbonden zijn.
Vorm
Je kan vormen creëeren, er zijn platte en ruimtelijke vormen.
Functie
Gebruiksdoel
Architect
Bouwkundige; iemand die een gebouw ontwerpt en laat uitvoeren.
Architectuur
Bouwkunst; kunst om gebouwen te ontwerpen en te laten uitvoeren.
Maquette
Klein model van een gebouw of beeldhouwwerk.
Skelet
Geraamte van een bouwwerk dat dient als steun voor de overige toe te voegen bouwelementen.
Grondvormen
Vormen zoals vierkant, rechthoek, cirkel, driehoek, kubus, bol, cilinder, prisma en piramide.
Dynamiek
Beweeglijkheid
Stilleven
Een voorstelling van bewegingloze voorwerpen, dieren en/of planten.
Compositie
Het ordenen van beeldelementen volgens een vooraf bepaalde strategie.
Realistisch
Zoals in de zichtbare werkelijkheid.
Stofuitdrukking
Het nabootsen van een textuur in ander materiaal.
Trompe-l'oeil
Gezichtsbedrog
Beschouwer
Persoon die een kunstwerk bekijkt.
Kleurcontrast
De tegenstelling tussen afzonderlijke kleuren.
Aandachtsplek
Een deel van een kunstwerk dat opvalt.
Symbool
Voorwerp, dier, plant enzovoort met een bepaalde betekenis.
Traditioneel
Volgens bestaande gewoonten of gebruiken.
Boetseren
Modelleren in kneedbaar materiaal zoals klei, was enzovoort.
Atelier
Werkplaats van een kunstenaar.
Uitsnede
Deel van een groter tweedimensionaal beeld dat binnen een nieuw kleiner kader is geplaatst.
Lichtval
Licht kan op 2 manieren een voorwerp bereiken, direct en indirect.
Natuurlijk licht
Natuurlijk licht komt uit een natuurlijke lichtbron.