20 terms

Nederlands

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Behoeden voor
Beschermen, zorgen dat iemand niets overkomt
Concludeert
Stelt vast, oordeelt
Budget
Te besteden bedrag
Scheutig
Vrijgevig, gul
Adviseert
Raadt aan, beveelt aan
Echter
Maar
Steken laten vallen
Slordige fouten maken
Percentage
Het getal waarmee je aangeeft om hoeveel procent het gaat
Kasboekje
Boekje waarin je ontvangsten, uitgaven en saldo bijhoudt
Is te wijten aan
Ligt aan
Verantwoordelijkheid
Taak, plicht om voor (iets) of iemand te zorgen
Besteden
Uitgeven, spenderen
Pleit
Geeft argumenten voor/noemt de voordelen van
Uitwonend
Niet meer thuis wonend
Saldo
Het verschil tussen inkomsten en uitgaven
Onder meer
Onder andere
Oploopt
Stijgt
Desondanks
(Hier) ondanks alles
In hoeverre
In welke maten, tot welke hoogte
Stelling
Bewering