14 terms

Hoofdstuk 4 Nederlands in gang (3): Zullen (extra: iets voorstellen) A0-A1

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Zullen we naar de bioscoop gaan?
Je wilt samen naar de bioscoop gaan. Wat stel je voor? (voorstellen = een voorstel doen)
Zullen we een pilsje gaan drinken?
Je wilt samen een pilsje gaan drinken. Wat stel je voor?
Zullen we naar het strand gaan?
Je wilt samen naar het strand gaan. Wat stel je voor?
Zullen we met de tram gaan?
Je wilt samen met de tram gaan. Wat stel je voor?
Zullen we tv kijken?
Je wilt samen tv kijken. Wat stel je voor?
Zullen we kleren gaan kopen?
Je wilt samen kleren gaan kopen. Wat stel je voor?
Zullen we een taxi nemen?
Je wilt samen een taxi nemen. Wat stel je voor?
Zal ik je even helpen?
Je wilt iemand even helpen. Wat stel je voor?
Zal ik even een tosti klaarmaken?
Je wilt even een tosti klaarmaken. Wat stel je voor?
Zal ik even afwassen?
Je wilt even afwassen. Wat stel je voor?
Zal ik je straks mailen?
Je wilt iemand straks mailen. Wat stel je voor?
Zal ik je straks terugbellen?
Je wilt iemand straks terugbellen. Wat stel je voor?
Zal ik even boodschappen doen?
Je wilt even boodschappen doen. Wat stel je voor?
Zal ik de deur even voor je opendoen?
Je wilt de deur even voor iemand opendoen. Wat stel je voor?