60 terms

Dutch wikibook vocabulary lesson 6

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

de slag
battle
leren
to learn
gebeuren
to happen
toen
then
verslaan
to defeat
eenjarig
pertaining to one year
bestaan
to exist
het schilderij
painting
dertien
thirteen
veertien
fourteen
vijftien
fifteen
zestien
sixteen
zeventien
seventeen
achttien
eighteen
negentien
nineteen
twintig
twenty
eenentwintig
twenty one
tweeëntwintig
twenty two
drieëntwintig
twenty three
vierentwintig
twenty four
vijfentwintig
twenty five
zesentwintig
twenty six
zevenentwintig
twenty seven
achtentwintig
twenty eight
negenentwintig
twenty eight
dertig
thirty
tweeëndertig
thirty two
veertig
forty
vijftig
fifty
zestig
sixty
zeventig
seventy
tachtig
eighty
negentig
ninety
honderd
one hundred
honderdeen
one hundred and one
honderdelf
one hundred and eleven
honderdtwaalf
one hundred and twelve
negenhonderdzevenenvijftig
nine hundred and fifty seven
tweeduizend
two thousand
honderdduizend
on hundred thousand
het miljoen
million
het miljard
billion (US)
het biljoen
trillion (US)
het biljard
quadrillion (US)
de eerbied
respect
baden
to bathe
toekennen
to award
lopen
to walk
staan
to stand
bellen
to call (phone), to ring
hebben
to have
zullen
shall, will
willen
to want
denken
to think
weten
to know
schrijven
to write
lijden
to suffer
breken
to break
honderddertien
one hundred and thirteen
duizend dertien
one thousand and thirteen