22 terms

aardrijkskunde

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

aardbeving
schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst door de werking van endogene krachten
aardverschuiving
het plotseling naar beneden schuiben van grote hoeveelheden aarde
breuk
scheur in de aardkorst waarlangs delen van de aardkorst bewegen
endogene krachten
krachten die vann binnen uit de aardkorst veranderen
epicentrum
de plaats aan het aardoppervlak waar de aardbeving het sterkst is
evacueren
het ontruimen van het gebied
exogene krachten
krachten die van buitenaf de aarde veranderen
hypocentrum
de plaats, diep in de aardkorst waar de eingenlijke aardbeving plaats vindt
krater
uitstroomgat van de vulkaan
lava
vloeibaar gesteente dat aan de oppervlakte komt
magma
vloeibaar gesteente wat zich binnen de aardkorst bevindt
natuurlijke zone
een groot gebied van de zelfde oorsproklijke plantengroei
noodhulp
hulp om te kunnen overleven bij een natuurramp
ontwikkelingspeil
de ontwikkeling van een land op een bepaald moment
orkaan
storm met een minimaal windkracht van 12
plaat
stuk van de aardkorst
rampenbestrijding
het aantal slachtoffers en de hoeveelheisd schade bij de rampen zo klein mogelijk maken
schaal van Beuefort
schaal waarmee de windkracht worst aangegeven
schaal van Richter
schaal waarmee de kracht van de aardbeving wordt aangegeven
structurele hulp
hulp waar de mensen blijvend iets aan hebben
tsunami
hoog opstijgende golf bij de kust, onstaan door aardbeving in de oceaan
typhoon
aziatische naam voor een orkaan