How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

65 terms

At. 1.5 + 2.1

STUDY
PLAY
le chagrin
het verdriet
un curé
een pastoor
car
aangezien
un confident
een vertrouwenspersoon
le ciel
de hemel
vivant
levend
soin
zorg
le moribond
de stervende
dur
hard
crever
sterven
un cimetière
een kerkhof
solide
sterk
la largeur du dos
de breedte van de rug/schouders
une carrure
een schouderbreedte
un cas
een geval
un conseil
een raad
une faim
een honger
un féculent
een zetmeelhoudende stof
la graisse
het vet
un minus
een klungel
un plateau
een dienbload
un plateau-repas
een maaltijd
une pression
een druk
un produit laitier
een melkproduct
un souci
een zorg
un sport d'équipe
een groepssport
des sucreries
zoetigheden
compliqué, compliquée
ingewikkeld
embêtant, embêtante
vervelend
rapide
snel
secondaire
ondergeschikt, bijkomstig
s'adapter à
zich aanpassen aan
avoir tendance à
neiging hebben tot
composer
samenstellen
se composer de
samengesteld zijn uit
se dépenser
verbruiken (energie)
désorganiser
in de war sturen
faire le plein
geheel vullen, voldoende eten
grignoter
knabbelen
grossir
dikker worden
se moquer de
spotten met
se muscler
gespierd worden
se priver de
zich iets ontzeggen
renconcer à
afzien van
traiter de
behandelen als
en réalité
in werkelijkheid
forcément
noodzakelijkerwijs, per se
soit...soit...
hetzij...hetzij...
tant que
zo(veel)...dat
à tout prix
ten alle prijze
chaque fois que
telkens wanneer
couper l'appétit
de eetlust benemen
crever de faim
rammelen van de honger
être bien dans sa peau
goed in z'n vel zitten, zich goed voelen
être en forme
in vorm zijn
se faire du souci
zich zorgen maken
un cap
een kaap, koers
un fast-food
een fast-food
un handicap
een handicap
un pamplemousse
een pompelmoes
une panique
een paniek
une saucisse
een worst
délicat, délicate
delicat
risquer
riskeren
discrètement
discreet