Naut groep 6 thema 2 Materiaal uit de natuur

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Smelten
Als een vaste stof verandert in een vloeistof, noem je dat smelten. Meestal gebeurt dit als een vaste stof heel warm wordt.
Verdampen
Als een vloeistof verandert in een gas, heet dat verdampen. Vloeistoffen verdampen altijd. Bij een hoge temperatuur gaat dat sneller dan bij een lagere termperatuur.
Condenseren
Bij condenseren verandert een gas in een vloeistof, bijvoorbeeld waterdamp wordt water.
Kookpunt
Het kookpunt is de temperatuur waarbij een vloeistof gaat koken. Boven deze temperatuur verdampt alle vloeistof.
Vaste stof
Vaste stoffen veranderen uit zichzelf niet van vorm. Er zijn veel vaste stoffen en ze gedragen zich allemaal anders.
Vloeistof
Vloeistoffen hebben geen vaste vorm. Je kunt ze schenken. Vloeistoffen nemen de vorm aan van het voorwerp waar je ze ingiet.
Stollen
Als een vloeistof verandert in een vaste stof, heet dat stollen. Je kunt dat goed zien bij kaarsvet. Bij water heet dit bevriezen.
Gas
Een gas zweeft vrij door de lucht. Je kunt gas niet zien, maar soms wel ruiken
Moleculen
Moleculen zijn de kleinste bouwsteentjes van een materiaal waarin je dat materiaal nog herkent. Alles om ons heen bestaat uit die bouwsteentjes.m
Uitzetten
Moleculen die warm worden, gaan verder uit elkaar. Dat noem je uitzetten. Doordat de moleculen uitzetten, wordt het materiaal groter. Dit gebeurt bij vaste stoffen, vloeistoffen en gassen.