8 terms

Frans : Module 2 : avoir

Het werkwoord "avoir" oefenen FrancoFan 1A
STUDY
PLAY
Ik heb een geschenk.
J'ai un cadeau.
Jij hebt een geschenk.
Tu as un cadeau.
Hij heeft een geschenk.
Il a un cadeau.
Zij heeft een geschenk.
Elle a un cadeau.
Wij hebben een geschenk.
Nous avons un cadeau.
Jullie hebben een geschenk.
Vous avez un cadeau.
Zij (jongens) hebben een geschenk.
Ils ont un cadeau.
Zij (meisjes) hebben een geschenk.
Elles ont un cadeau.