9 terms

Frans : Module 8 : aller

Het werkwoord aller inoefenen. FrancoFan 1A
STUDY
PLAY
Je vais regarder la télé.
Ik ga televisie kijken.
Tu vas gagner?
Ga jij winnen?
Il va danser ce soir.
Hij gaat dansen vanavond.
Elle va habiter ici.
Zij gaat hier wonen.
On va laver la voiture.
Men gaat de auto wassen.
Nous allons chanter une chanson.
Wij gaan een lied zingen.
Vous allez regarder la télé.
Jullie gaan televisie kijken.
Ils vont donner 10 euros.
Zij (jongens) gaan 10 euro geven.
Elles vont gagner le match?
Gaan zij (meisjes) de match winnen?