8 terms

Frans : Module 8 : werkwoorden op -er

Inoefenen van de werkwoorden op -er. FrancoFan 1A
STUDY
PLAY
Je regarde la télé.
Ik kijk televisie.
Tu gagnes?
Win jij?
Il danse bien.
Hij danst goed.
Elle habite ici.
Zij woont hier.
Nous chantons une chanson.
Wij zingen een lied.
Vous regardez la télé.
Jullie kijken televisie.
Ils donnent 10 euros.
Zij (jongens) geven 10 euro.
Elles gagnent le match.
Zij (meisjes) winnen de match.