Duits wörterliste B kapitel 1

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

toll
gaaf, tof
jetzt
nu
schön
mooi, leuk
auch
ook
aber
maar
und
en
gut
goed
wie weit
hoe ver
wie lange
hoe lang
brauchen, ich brauche
nodig hebben, ik heb ... nodig
abholen, ich hole ... ab
ophalen, ik haal ... op
ankommen, ich komme an
aankomen, ik kom aan
einsteigen, ich steige ein
instappen, ik stap in
umsteigen, ich steige um
overstappen, ik stap over
suchen, ich suche
zoeken, ik zoek
zeigen, ich zeige
laten zien, ik laat ... zien
in der Nähe von
in de buurt van
zu Hause sein
thuis zijn
nach Hause kommen
naar huis komen
Österreich
Oostenrijk
Deutschland
Duitsland
das Auto
de auto
die Autobahn
de snelweg
der Bahnhof
het station
der Bus
de bus
das Handy
het mobieltje
die Reise
de reis
der Verkehr
het verkeer
der Zug
de trein
die Schweiz
Zwitserland