34 terms

Nederlands

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

krijgsmacht
leger
front
slagveld
linies
soldaten in een rij
onderscheiding
eerbewijs
opoffering
wegcijferen
gedecoreerd
medaille krijgen
krijgsgevangene
gevangen door de vijand
moreel
kracht die maakt dat je je inzet
kamikazes
zelfmoordterroristen
guerrilla
ongeregelde strijd tegen indringers
wendbare
draaibaar
arsenaal
opslagplaats van wapens
munitie
kogels in een geweer
losgeld
afkoopgeld
reders
eigenaars van schepen
wapenfeiten
heldendaden
ontzag
groot respect
perspectief
punt waaruit je iets bekijkt
afhandig
ontnomen
onafhankelijkheidsstrijd
situatie dat je niet onder invloed staat van iemand anders
ondermijnen
verzwakken
strategie
een plan om iets te bereiken
onderscheppen
zorgen dat het anders loopt
eskader
groep oorlog schepen of vliegtuigen
slagkracht
vermogen om toe te slaan
muiterij
opstand
expansie
het zich uitbreiden
offensief
aanvallend
vrijbuiter
zeerover die koopt voor eigen gewin
subtiele
verfijnde
enteren
een schip aanboort beklampen
mariniers
soldaten , legeronderdeel
defensief
verdedigend
escalatie
het heftiger maken