Nederlands, TT2, Rit 4 Uitstapjes

Get a hint
de bestemming
Click the card to flip 👆
1 / 52
1 / 52
Terms in this set (52)
de bestemming
La destination
Waar ben je naartoe geweest?
Où as-tu été ?
Eerst
d'abord
(en) dan - later
ensuite - plus tard
de haven
le port
Een ijsje eten (at, gegeten)
Manger une glace
Pret hebben = plezier hebben = zich goed amuseren
Bien s'amuser
Met iemand kennismaken
Faire connaissance avec qqn
De ingang >< de uitgang
L'entrée >< la sortie
De gids
Le guide
Een boottocht maken
Faire un tour en bateau
*het wildpark
le parc zoologique
de grot
la grotte
Het dier
L'animal
Het dorp
Le village