Only $2.99/month

Terms in this set (53)

"Het gevaar dreigt dat ik, peinzend over dit probleem, wegglijd in een toestand van onbewustheid, met die zon en wind en ruisende branding. Een ander merkbaar gevaar is dat je samensmelt met de omgeving, dermate deel wordt van de dingen om je heen dat je je identiteit verliest. Ook dit wordt bewustzijn genoemd: In de Griekse tijd was de kosmos een plaats waar men thuishoorde. Een bewoner daarvan was geen vreemde waarnemer van deze kosmos, maar een directe deelnemer aan het kosmische drama. Zijn persoonlijke lotsbestemming was verbonden met het lot van de kosmos, en deze relatie gaf zijn leven zin. Dit type bewustzijn - dat ik "participerend bewustzijn" noem - behelst een versmelting, of identificatie, met de omgeving en getuigt van een psychische heelheid die sedertdien voorgoed van het toneel is verdwenen. Plato's eigen psychologische ideaal was dat van een individu, opgebouwd rond een centrum (ego), dat zijn wil gebruikt om zijn instincten te beheersen en daarmee zijn psyche tot een eenheid te maken. Zo wordt de Rede de essentie van de persoonlijkheid. Deze wordt gekenmerkt door het afstand nemen van verschijnselen, waarbij men de eigen identiteit bewaart. Daarentegen brengt poëzie, mimesis, de Homerische traditie, met zich mee dat men zich identificeert met het handelen van andere mensen en dingen - dat men de eigen identiteit loslaat. Voor Plato kon alleen de afschaffing van deze traditie een situatie scheppen waarin een subject waarneemt door het tegenover zichzelf plaatsen van op zichzelf staande objecten. Terwijl de joden het participerend bewustzijn als een zonde zagen, zag Plato het als een ziekteverschijnsel, de aartsvijand van het intellect."