les 18 - endocriene stelsel

wat zijn endocriene klieren
Click the card to flip 👆
1 / 22
Terms in this set (22)
De endocriene klieren zijn organen waarin de hormonen geproduceerd worden, die vervolgens
afgeven worden aan het bloed. De verschillende klieren staan met elkaar in verband, sommige
beheersen zelfs het hormoon afscheiding van andere klieren, doormiddel van een aantal
terugkoppelingsmechanismen. Zo zorgt een overvloed van een bepaald hormoon ervoor dat de
productie van het hormoon dat zijn aanmaak stimuleert wordt afgeremd. Samen met het
zenuwstelsel beheerst het endocrien stelsel de activiteit van alle organen en systemen in het
menselijk lichaam.
Endocriene klieren hebben geen afvoerbuizen, ze geven hormonen af aan het bloed. De hormonen
worden door de bloedsomloop over het hele lichaam verdeeld. Dit endocrien stelsel is bij een
gezond mens in subtiele balans. Bij ziekte is deze balans verstoord, wat heel diverse oorzaken kan
hebben.
Hierbij moet opgemerkt worden dat de 'endocriene klieren' slechts een onderdeel zijn van het
endocriene stelsel. Veel organen, die geen 'endocriene klier' zijn, produceren immers ook
hormonen, bijvoorbeeld het hart, de nieren en de maag-darmtractus (
Hormoon (Gr., = de aandrijvende, opwekkende), specifieke organische stof met een regulerende
werking, meestal gevormd door klieren met inwendige afscheiding (secretie).
In samenhang met het zenuwstelsel zijn hormonen in belangrijke mate verantwoordelijk voor de
evenwichtige coördinatie van de verrichtingen van de verschillende delen van hogere organismen.
Werking:
Hormonen komen direct in de bloedbaan, van waaruit zij invloed uitoefenen op andere weefsels,
organen of orgaansystemen. Sommige werken direct op de plaats waar ze geproduceerd worden.
Een groot aantal hormonen wordt via de bloedbaan getransporteerd na binding aan een specifiek
transporteiwit. Slechts een geringe hoeveelheid van deze hormonen bevindt zich in een vrije of
ongebonden vorm in het bloed.
Een groot aantal hormonen oefent invloed uit via een 'second messenger', een 'boodschapper van
het tweede echelon'.
Op grond van het effect op de doelwit cel zijn er twee groepen hormonen:
hormonen afgeleid van aminozuren, bijv. thyroxine, trijoodthyronine, adrenaline, noradrenaline; Enkele hormonen zijn betrekkelijk kleine moleculen die wat bouw betreft, op aminozuren lijken. Peptide- en eiwithormonen, bijv. parathormoon, de gonadotrope hormonen, groeihormoon, insuline, glucagon;
Peptidehormonen bestaan uit ketens van aminozuren. Deze moleculen lopen uiteen van korte polypeptiden, zoals ADH en oxy- tocine, tot kleine eiwitten zoals groeihormoon en prolactine. Dit is de grootste groep hormonen die alle hormonen van de hypothalamus, hypofyse, het hart, de
nieren, de thymus, het spijsverteringska- naal en de pancreas omvat.

steroïdhormonen, bijv. de corticosteroïden en de geslachtshormonen (androgene, oestrogene en progestatieve).
Vetderivaten. Er zijn twee groepen hormonen op basis van vetten: steroïden en eicosanoïden. Steroïdhormonen zijn vetten die zijn afgeleid van (en daardoor wat bouw betreft, lijken op) cholesterol,
• zijn chemische boodschapperstoffen;
• worden door gespecialiseerde cellen geproduceerd en aan het bloed afgegeven (interne
secretie);
• worden via het bloed door het lichaam verspreid;
• hebben effect op specifieke cellen: de doelwitcellen.
We definiëren hormonen als chemische signaalstoffen die in het ene weefsel worden afgegeven en
door de bloedstroom naar doelcellen in andere weefsels wor- den vervoerd.
Regulering van de hormonale activiteit
Hormonale activiteit, vooral de afgifte van hormonen, wordt voornamelijk via negatieve
terugkoppeling gereguleerd. In dit geval wordt de productie van een hormoon door een bepaalde
prikkel geactiveerd. Door het directe of indirecte effect van dit hormoon wordt de prikkel zwakker.
In het eenvoudigste geval wordt de hormonale activiteit gereguleerd via humorale ('vloeibare')
prikkels, veranderingen van de samenstelling van de extracellulaire vloeistof.
De hormonale activiteit kan ook via hormonale prikkels worden gereguleerd, veranderingen van de
concentraties van hormonen in het bloed. Bij een dergelijke regulering kunnen één of meer
tussenstappen betrokken zijn en twee of meer hormonen.
Ten slotte kan endocriene regulering ook plaatsvinden via neurale prikkeling die ontstaat wanneer
een neurotransmitter aankomt bij een verbinding tussen een zenuw en een klier
De hypofyse is een ovale klier, die in de fossa hypofysialis (sella turcica) van het os sphenoidale ligt. Via het infundibulum (hypofysesteel) is de hypofyse verbonden met de bodem van het diëncefalon. De hypofyse bestaat uit drie kwabben: de achterkwab (de neurohypofyse), de voorkwab (bestaande uit de pars distalis en de pars tuberalis; ook adenohypofyse genoemd) en de zeer kleine middenkwab (tussen de achterkwab en de pars distalis; ook beschouwd als pars intermedia van de adenohypofyse).

De hypofyse is een functioneel onderdeel van het hypothalamo-hypofysaire systeem. De hypothalamus (in de bodem van het diëncefalon, aan beide zijden van en onder de derde ventrikel gelegen) bestaat uit drie zones: de periventriculaire, de mediale en de laterale zone. De periventriculaire en de mediale zone bevatten een aantal nuclei (cel-lichamen van neuronen), de laterale zone bestaat uit uitlopers van neuronen. De hormoonproductie in de hypothalamus gebeurt in de perikarya van de neuronen (= neurosecretie).

Er bestaat een groot- en een kleincellig neurosecretorisch stelsel.
Het grootcellige systeem produceert antidiuretisch hormoon (= vaso-pressine) en oxytocine, die via de uitlopers van de neuronen in de hypofysesteel naar de achterkwab van de hypofyse (neurohypofyse) gevoerd worden. Ze worden daar in een capillair netwerk afgegeven en komen zo in de bloedbaan terecht