Only $35.99/year

casuïstiek formeel belastingrecht hoofdstuk 3

Terms in this set (25)

omkering van de bewijslast houdt in dat het bezwaar dan wel beroep ongegrond wordt verklaard, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de aanslag respectievelijk de uitspraak op bezwaar onjuist is( art 25 lid 3 AWR (bezwaarfase) en art 27 e lid 1 AWR(beroepfase)

omkering van de bewijslast kan allereerst aan de orde komen indien de vereiste aangifte niet is gedaan. de verplichting tot het doen van aangifte ontstaat echter pas indien men tot het doen van aangifte is uitgenodigd. (art 8 lid 1 AWR) indien men op grond van art 2 lid 1 uit.reg. AWR gehouden was de inspecteur om een uitnodiging tot het doen van aangifte ontstaan. nu Ireen niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte, kan niet worden gezegd dat zij de vereiste aangifte niet heeft gedaan. van omkering van de bewijslast wegens het niet doen van aangifte kan dan ook geen sprake zijn.

omkering van de bewijslast kan voorts aan de orde komen indien niet wordt voldaan aan de in art 47 AWR neergelegde verplichting tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen. art 25 lid 3 AWR(bezwaarfase) en art 27 e lid 1 AWR (beroepfase) bepaalt echter dat omkering van de bewijslast in die situatie alleen aan de orde kan komen indien mbt de aanslag sprake is van een onherroepelijk geworden informatiebeschikking (art 52 a AWR) Ireen heeft weliswaar niet voldaan aan de verplichting tot verstrekken van informatie maar uit de casus blijkt niet dat de inspecteur naar aanleiding daarvan een informatiebeschikking heeft genomen. dat betekent dat omkering van de bewijslast wegens het niet voldoen aan de verplichting om informatie te verstrekken evenmin aan de orde kan zijn.

wat betreft de reikwijdte van de omkering van de bewijslast geldt dat de bewijslast niet wordt omgekeerd voor zover deze al op belanghebbende rust. ook tav aanwezigheid van opzet of schuld nodig voor het opleggen van een boete geldt de omkering van de bewijslast niet. de bewijslast daarvoor blijft op de inspecteur rusten, zij het dat de grondslag voor boete wel met toepassing van omkering van de bewijslast wordt vastgesteld. ten slotte geldt dat de omkering zich uitstrekt tot de gehele aanslag
op grond van art 47 AWR is iedere belastingplichtige verplicht boeken, bescheiden en gegevensdragers aan de inspecteur te verstrekken waarvan te zijnen aanzien de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van feiten die van invloed kunnen zijn op de belastingheffing. in dit verband moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de in en verkoopfacturen en anderzijds de handleiding

tav de in en verkoopfacturen geldt dat deze van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de omzet en winst van oto's oesterkwekerij en daarmee voor de vaststelling van de omzetbelastingschuld. dat betekent dat Otto verplicht is facturen ter inzage te verstekken

mbt de handleiding voor het doen van aangifte geldt dat vraagtekens kunnen worden geplaatst waar het er om gaat of het verstrekken van inzage daarin van belang is voor de belastingheffing. verdedigbaar is dan ook dat Otto daarin reeds om die reden geen inzage hoeft te verstrekken
indien echter wordt aangenomen dat de inhoud van de handleiding wel van belang is voor de belastingheffing, kan Otto zich op het standpunt stellen dat hij daarin op grond van HR 23 09 2005 geen inzage hoeft te verlenen omdat het gaat om een stuk dat bedoeld is om hem omtrent zijn fiscale positie te adviseren
de vraag of Otto inzage moet geven in de handleiding kan ook worden gezien in het licht van artikel 52 lid 6 AWR waar is bepaald dat de administratieplichtige de benodigde medewerking moet verlenen om controle van de administratie mogelijk te maken. daaronder valt ook het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie

indien Otto weigert de in en verkoopfacturen ter inzage te geven kan hij worden geconfronteerd met omkering van de bewijslast art 25 lid 3 AWR en art 27e lid 1 AWR daartoe is wel vereist dat de inspecteur eerst een informatiebeschikking heeft genomen (art 52a lid 1 AWR)
verder is het niet voldoen aan de verplichting om de bescheiden voor raadpleging beschikbaar stelt als overtreding strafbaar gesteld in art 68 lid 1 sub b AWR. als sprake is van opzet geldt een verzwaarde strafbaarstelling als misdrijf art 69 lid1

ten slotte kan de inspecteur via civielrechtelijk kort geding veroordeling tot versterking van de informatie op straffe van dwangsom vorderen