Only $35.99/year

casuïstiek formeel belastingrecht hoofdstuk 4,5 en 6

Terms in this set (46)

formele beginselen:
hebben betrekking op de wijze van totstandkoming van bestuursbesluiten
in de Awb:
- zorgvuldigheidsbeginsel. de overheid moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen: correcte behandeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming (art 3:2 Awb)
- motiveringsbeginsel. de overheid moet zijn besluiten goed motiveren. de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn(art 3:46 Awb)
-verbod van detournement de pouvoir. een bestuursorgaan mag de hem geattribueerde of gedelegeerde bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheid is gegeven (art 3:3 Awb)
- verbod van vooringenomenheid. de overheid moet zich onpartijdig opstellen bij het nemen van een besluit en moet de noodzakelijke openheid en eerlijkheid in acht nemen (art 2:4 Awb)

niet in Awb:
- rechtszekerheidsbeginsel: de overheid moet zijn besluiten zo formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen
- gelijkheidsbeginsel:de overheid moet gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen(art 1 GW)
-verbod op detournement de procedureel mag geen lichtere procedure worden gevolgd om tot een besluit te komen wanneer daarvoor een met meer waarborgen omklede procedure openstaat
- vertrouwensbeginsel: wie op goede gronden-bijvoorbeeld na een duidelijke toezegging- erop mag vertrouwen dat de overheid een bepaald besluit neemt heeft daar ook recht op
- fair play beginsel: de overheid dient zich correct jegens de burger op te stellen. zo mag de inspecteur geen gebruik maken van de informatieverplichtingen uit de AWR om op die manier kennis te nemen van adviezen van de belastingadviseur aan de belastingplichtige of due diligence rapporten

materiële beginselen:
de materiële beginselen hebben betrekking op de inhoud van bestuursbesluiten
In de Awb:
- verbod van detournement de pouvoir: een bestuursorgaan mag de hem geattribueerde of gedelegeerde bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor de bevoegdheid is gegeven (3:3 Awb)
- specialiteitsbeginsel. de belangenafweging dient beperkt te blijven tot die belangen die de betreffende wet beoogt te beschermen (art 3:4 lid 1 Awb)
- evenredigheidsbeginsel:de overheid moet er voor zorgen dat de lasten of nadelige gevolgen van een overheidsbesluit voor een burger niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit(art 3:4 lid 2 Awb)
niet in de Awb:
- vertrouwensbeginsel: (materiële rechtszekerheid) een burger moet, onder bepaalde voorwaarden kunnen vertrouwen op uitlatingen van een bestuursorgaan waarin dingen worden toegezegd, maar die later niet nagekomen (kunnen) worden door het bestuursorgaan
jan is in loondienst en verkoopt af en toe wat postzegels via marktplaats. hij ressorteer onder het segment PDB (particulieren, dienstverlening en bezwaar) van de belastingdienst. buurman die melkveehouder is ressorteert onder het segment MKB(midden-en kleinbedrijf) buurman verkoopt ook af en toe wat postzegels via marktplaats

de fiscus heeft met zijn zoekmachine xenon postzegelhandelaren gevonden en stuurt jan en buurman elk een brief die hen sommeert hem mede te delen hoeveel verdient is met de postzegelhandel

jan meldt dat hij gemiddeld per jaar 3500€ heeft verdiend. de inspecteur vordert over dit inkomen voor de afgelopen 5 jaarna. de adviseur van buurman belt met de inspecteur in Amsterdam . hij wijst op de verschillende omstandigheden (er is een toezichtconvenant, buurmans onderneming heeft het moeilijk, het is lastig te achterhalen hoeveel hij precies heeft verdiend) en komt met de inspecteur overeen dat alleen het inkomen van de laatste 2 jaar waarover nog geen aanslagen zijn opgelegd wordt gecorrigeerd. jan ontdekt dat een andere melkveehouder in het dorp exact overeenkomstig buurman is behandeld door de inspecteur

de inspecteur legt jan en buurman ook boetes op. gezien het draaiboek van het postzegelproject wordt in beginsel een opzegboete, gematigd tot 30% opgelegd.
ageert de belastingplichtige hier met enige argumenten tegen dan wordt verder gematigd tot 20%. jan wordt 30% en buurman wordt 20% opgelegd. jan tekent bezwaar aan

heeft jan betreffende de belastingheffing recht op dezelfde behandeling als buurman