Only $35.99/year

examen januari 2016 privaatrecht

Terms in this set (7)

Blad 2 van 4 Opgave 4 bestaat uit 4 meerkeuzevragen. Om de vraag te beantwoorden dient u uw
keuzeantwoord letter (A-B-C-D) op te schrijven.
Vraag 4.a (5 punten)
Voor het verkrijgen van een zakelijk krediet is het mede van belang om vast te stellen welke goederen door de kredietnemer aan de kredietgever worden verhypothekeerd of verpand.
Wat is juist?
Een Boeing (passagiersvliegtuig) is een (1) --------------- en deze kan worden (2) ---------------.
Wat moet op (1) --------------- en (2) --------------- worden ingevuld?
A. (1)registergoed,(2)verpand.
B. (1)roerendezaak,(2)verpand.
C. (1)onroerendezaak,(2)verhypothekeerd. D. (1)registergoed,(2)verhypothekeerd.
Vraag 4.b (5 punten)
De vordering van sommige schuldeisers in de verdeling van de opbrengst van de executoriale verkoop van de schuldenaar is bij voorrang verhaalbaar volgens de wet.
Van welke schuldeiser is de vordering bij voorrang verhaalbaar? Dat is de vordering van de: A. Verhuurder van een bedrijfspand.
B. De verkoper van een bedrijfswagen.
C. Deinternetprovider(abonnementsbetaling).
D. Deschuldeisermeteenpandrecht.
Vraag 4.c (5 punten)
BV Rood is failliet verklaard. De opbrengst van de executie verkoop is € 60.000. Schuldeiser A heeft € 10.000 tegoed, schuldeiser B heeft € 30.000 tegoed en schuldeiser C heeft € 60.000 tegoed. Deze drie schuldeisers zijn schuldeiser van BV Rood geworden op 1 april (A), 1 mei (B) en 1 juni (C), allen in 2015. Deze drie schuldeisers kunnen zich niet beroepen op een regel van voorrang.
Wat is de verdeling van de opbrengst van de executie verkoop?
A. A en B ontvangen niets, C ontvangt € 60.000.
B. A ontvangt € 10.000, B ontvangt € 30.000 en C ontvangt € 20.000 C. Aontvangt€5.000,Bontvangt€15.000enContvangt€40.000. D. Aontvangt€6.000,Bontvangt€18.000enContvangt€36.000.
Vraag 4.d (5 punten)
Als de hypotheekbank een woning verkoopt zonder executoriale titel, van welk recht maakt deze hypotheekbank dan gebruik?
Van het recht van: A. Retentie.
B. Parateexecutie. C. Voorrang.
D. Privilege.
Opgave 5 (totaal 20 punten)
Vraag 5.a (5 punten)
Opgave 5 bestaat uit 4 meerkeuzevragen. Om de vraag te beantwoorden, dient U Uw keuzeantwoord letter (A-B-C-D) op te schrijven.
Wat is juist?
A. Eenconcurrentiebedingvervaltdooropzeggingvandearbeidsovereenkomstdoorde
werknemer.
B. Eenconcurrentiebedingvervaltdooropzeggingvandearbeidsovereenkomstdoorde
werkgever.
C. Een concurrentiebeding vervalt door het verstrijken van de van toepassing zijnde
CAO.
D. Eenconcurrentiebedingvervaltdoorrechterlijkevernietiging.
Vraag 5.b (5 punten)
Werknemer Bas Bos krijgt van zijn werkgever wegens 'aantoonbaar onvoldoende capaciteiten voor de werkzaamheden' ontslag zonder ontslagvergunning in de proeftijd. Volgens Bas Bos is dit ontslag niet rechtsgeldig en kan dit ontslag worden
vernietigd.
Wat is juist?
A. Dezeopzeggingisrechtsgeldigenkannietwordenvernietigd. B. Dezeopzeggingkanwordenvernietigddoordekantonrechter. C. DezeopzeggingkanwordenvernietigddoorhetUWV.
D. Dezeopzeggingisnietig.
Vraag 5.c (5 punten)
Stelling: Het recht op loon tijdens ziekte vervalt als de ziekte is ontstaan door deel te
nemen aan een voetbalwedstrijd in privétijd?
Wat is juist?
A. Nee,tenzijdesporterzichtijdenshetvoetbalheeftverstapt.
B. Ja,wanthetisdangeenbedrijfsongeluk.
C. Ja,wantdanheeftdewerknemeropzettelijkart.7:611geschonden. D. Nee,wanthiergeldt'ziekisziek'.
Vraag 5.d (5 punten)
In welke situatie ontstaat er automatisch een proeftijdbeding tussen de werkgever en de werknemer?
A. Indienereenschriftelijkearbeidsovereenkomstisgesloten.
B. Indienereentijdelijkearbeidsovereenkomstvanlangerdantweejaarisgesloten.
C. Indienereenarbeidsovereenkomstvooronbepaaldeduurisgesloten.
D. Eenproeftijdbedingontstaatnietautomatischtussendewerkgeverendewerknemer.
Opgave 7 bestaat uit 3 meerkeuzevragen. Om de vraag te beantwoorden, dient U Uw
keuzeantwoord letter (A-B-C-D) op te schrijven.
Vraag 7.a (5 punten)
Leverancier Groen BV heeft diverse producten geleverd aan vof Wouters en Elst. Vennoten daarvan zijn Wouters en Elst. Het te betalen bedrag bedraagt € 4.500. Deze noodzakelijk ingekochte producten zijn door vennoot Elst gekocht.
Wie is volgens de wet aansprakelijk voor het aankoopbedrag van € 4.500? A. De vof, Elst en Wouters, ieder voor het geheel.
B. De vof, Elst en Wouters, ieder voor een derde van het geheel.
C. Zowel Elst als Wouters, ieder voor de helft van het geheel.
D. Alleen de vof.
Vraag 7.b (5 punten)
Berends, Klok en Eem vormen een commanditaire vennootschap (cv) met Berends en Klok Als beherende vennoten en Eem als geldschieter.
In welke van de volgende situaties kunnen de crediteuren van de cv zich succesvol op het vermogen van Eem verhalen?
A. Zij kunnen zich altijd succesvol op het vermogen van Eem verhalen.
B. Alleen als er geen baten meer zijn in de vennootschap.
C. Alleen als er bij de vennootschap en bij de beherende vennoten geen baten meer
aanwezig zijn.
D. Als Eem voor de vennootschap een contract heeft gesloten met een leverancier.
Vraag 7.c (5 punten)
Doesburg heeft besloten om een handelsonderneming in Aziatische levensmiddelen te starten. De rechtsvorm zal een BV worden. Het bestuur van deze BV zal bestaan uit de bestuursleden Doesburg zelf en zijn zakelijke partner Post.
Omdat er een misverstand is met de notaris, laat de notariële akte wat langer op zich wachten. Doesburg besluit om toch alvast te starten met zijn ondernemingsactiviteiten en hij sluit diverse koopovereenkomsten voor de BV in oprichting (BV i.o.). Bovendien neemt hij ook een werknemer in dienst voor de BV in oprichting (BV i.o.).
Wie is voor de uit deze overeenkomsten voortvloeiende schulden aansprakelijk? A. DeBV.
B. DeBVinoprichting(i.o).
C. Hetgehelebestuur,wantdeBVisnognietingeschreven. D. Doesburgisvoorhetvolledigebedragaansprakelijk.
Opgave 7 (totaal 15 punten)