Only $35.99/year

Terms in this set (6)

Opgave 4 (totaal 20 punten)
Opgave 4 bestaat uit 2 meerkeuzevragen. Om de vraag te beantwoorden, dient u uw keuzeantwoord letter (A-B-C-D) op te schrijven.
Blad 2 van 4

Verkerk is een ondernemer in sportartikelen. De onderneming wordt gefinancierd door de FSB bank. Op 1 februari 2012 is op alle voor verpanding vatbare goederen van de
onderneming van Verkerk een pandrecht gevestigd ten gunste van de FSB bank. Op 10
januari 2013 is Verkerk in gesprek met schaatsvereniging 'Toertocht' over de verkoop van
tweehonderd paar schaatsen aan 'Toertocht' tegen een totaalprijs van € 28.000. Na 2 uur
onderhandelen is de koopovereenkomst gesloten. Op 20 januari 2013 zijn de tweehonderd paar schaatsen feitelijk, via bezitsverschaffing, geleverd aan 'Toertocht'. Verkerk realiseert
zich achteraf dat er wellicht een juridische blunder door hem is gemaakt. Hij is lid van een
vereniging van ondernemingen in sportartikelen en legt de afdeling juridische zaken het hele
verhaal uit stelt uiteindelijk de volgende vraag:
Vraag 4.a (10 punten)
'Heb ik deze tweehonderd paar schaatsen, waarop pandrecht is gevestigd, op basis van
bovenstaande feiten rechtsgeldig in eigendom aan 'Toertocht' overgedragen?'
A. B. C. D.
Ja, want Verkerk voldoet aan de wettelijke vereisten van artikel 3:84 BW.
Ja, want daarover is een koopovereenkomst gesloten.
Nee, want Verkerk voldoet niet aan de wettelijke vereisten van artikel 3:84 BW.
Nee, want ondanks dat Verkerk voldoet aan de wettelijke vereisten van artikel 3:84 BW,
heeft de eigendomsoverdracht wegens het pandrecht niet rechtsgeldig plaats gevonden.
Examen Register Belastingconsulent. Privaatrecht / ondernemingsrecht. 06-2015
Blad 3 van 4 Verkerk is eigenaar van het bedrijfspand waarin de onderneming is gevestigd. Op 1 juli 2012
is er een hypotheekrecht op het bedrijfspand ten gunste van de RABO bank gevestigd. Op 1
ten gunste van de ABNAMRO bank. Omdat de financiële positie slecht is, wordt er binnen het management team van de onderneming Verkerk
gesproken over een faillissement en een doorstart.
Vraag 4.b (10 punten)
In verband met een mogelijke doorstart vraagt het management team van de onderneming zich af wat de rechtspositie is van deze twee banken bij de afhandeling van een eventueel faillissement van de onderneming?
Bij de afhandeling van dit faillissement gaat:
A. De RABO bank voor op de ABNAMRO bank want hypotheekrecht gaat voor op pandrecht.
B. De ABNAMRO bank voor op de RABO bank, want het pandrecht is eerder gevestigd dan het hypotheekrecht.
C. Beidebankendeleninevenredigheidvanhunvorderingopdeexecutieopbrengsten.
D. Geen van de banken gaat voor op de andere bank, want hun rechten rusten op
verschillende goederen.
Opgave 5 (totaal 20 punten)
Vraag 5.a (5 punten)
Opgave 5 bestaat uit 3 meerkeuzevragen. Om de vraag te beantwoorden, dient u uw keuzeantwoord letter (A-B-C-D) op te schrijven.
Wat is juist?
A. Een beëindigingsovereenkomst tussen partijen is in geen geval rechtsgeldig, wegens de ziekte van de werknemer.
B. Als een werknemer twee jaar ziek is, eindigt de arbeidsovereenkomst van rechtswege.
C. Om rechtsgeldig te kunnen opzeggen moet de werkgever in beginsel over een
ontslagvergunning van het UWV WERKbedrijf beschikken.
D. Eenlidvandeondernemingsraadkannietwordenontslagenopstaandevoet.
Vraag 5.b (5 punten)
Tussen Machinefabriek NV en werknemer P. Jansen is een (rechtsgeldige) proeftijd overeengekomen. Op de arbeidsovereenkomst is geen CAO van toepassing.
Wat is juist?
A. Als de proeftijd is opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor een jaar, dan is volgens de hoofdregel de maximumduur van de proeftijd twee maanden volgens de wet.
B. Deze proeftijd mag volgens de wet enkel in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn overeengekomen.
C. Opzegging door Machinefabriek NV van de arbeidsovereenkomst kan tijdens de proeftijd zonder ontslagvergunning rechtsgeldig plaats vinden.
D. EenproeftijdispasgeldigalsdezeisopgenomenindedesbetreffendeCAO.Vraag 5.c (10 punten)
De heer Van Duuren is in vaste dienst werkzaam bij onderneming GITSELS BV, waar 300 mensen werken. De heer Van Duuren wordt op 1 november 2013 ziek. Volgens de controlerend arts zal de revalidatie 'vele maanden' duren. Wanneer gaat de loonbetalingsplicht van de werkgever hier in?
A. Direct bij de eerste ziektedag.
B. Na 6 weken.
C. Naeenjaar.
D. Natweejaar.
Opgave 6 (totaal 20 punten)
Opgave 6 bestaat uit 2 meerkeuzevragen. Om de vraag te beantwoorden, dient u uw keuzeantwoord letter (A-B-C-D) op te schrijven.
De Kwint BV exploiteert drie sportwinkels. Kwint BV heeft een directie, bestaande uit de broers Guus, Anton en Piet Kwint. Elk van de broers is directeur van een vestiging: Guus in Den Haag, Anton in Eindhoven en Piet in Maastricht. Ingevolge de statuten is iedere directeur bevoegd de vennootschap te binden voor een bedrag van € 5.000. Voor transacties die dit bedrag te boven gaan is de medewerking van de andere twee directeuren vereist. Guus krijgt een aantrekkelijk aanbod om een partij skiboxen van de merken Hapro en Thule te kopen bij Sportsevent BV. Zonder de medewerking van Anton en Piet koopt hij deze partij voor de drie vestigingen. De koopprijs bedraagt € 7.500. De overige directieleden, Anton en Piet, zijn het niet eens met deze aankoop.
Vraag 6.a (10 punten)
Wie kan Sportsevent BV met succes voor nakoming van de koopovereenkomst aanspreken en voor welk bedrag?
A. Kwint BV voor € 7.500.
B. Guus voor € 7.500.
C. Kwint BV voor € 5.000 en Guus voor het overige.
D. Guus, Anton en Piet ieder voor € 2.500.
Sportsevent BV is aandeelhouder van Mavero NV. Deze NV telt 100 aandeelhouders. Iedere aandeelhouder heeft een aandeel. Op de algemene vergadering van aandeelhouders zijn 60 aandeelhouders aanwezig. De algemene vergadering van aandeelhouders wil overgaan tot ontslag van bestuurder Andriessen.
Volgens de statuten geldt hierbij de gewone meerderheid van stemmen.
Vraag 6.b (10 punten)
Bij welk aantal stemmen is er een gewone meerderheid van stemmen, zodat de bestuurder rechtsgeldig kan worden ontslagen?
A. Bij 100 stemmen. B. Bij 60 stemmen. C. Bij 51 stemmen. D. Bij 31 stemmen.
Blad 4 van 4
Examen Register Belastingconsulent. Privaatrecht / ondernemingsrecht. 06-2015