Only $35.99/year

Terms in this set (28)

1. Bestelprocedures : het directe contactpunt met de klant, aanbodmogelijkheden. Make to order komt hier voor, pas maken ná de bestelling.
2. Voorraadbeheer : het beheer over en de beheersing van de hoeveelheid materialen en onderdelen voor de productie.
-De voorraad vormt een buffer tussen aanvoer en afvoer, daarbij staan de hoofdproblemen centraal die luidden: "wanneer moet de voorraad worden aangevuld?" en "met hoeveel eenheden moet de voorraad straks weer worden aangevuld?". Een product is out of stock als hij niet meer op voorraad is.
-Onderpunt en bestelniveau: er moet een moment, het orderpunt, bepaald worden waarop een nieuwe order geplaatst gaat worden om de voorraad aan te vullen. De hoogte van deze order (het bestelniveau) is afhankelijk van de levertijd (moment van bestellen tot moment van ontvangst), gebruiksgraad en servicegraad.
-Customer service: onderscheid maken door middel van pretransactie, transactie, gaat over service en betrouwbaarheid.
-Just-in-time: de juiste producten op het juiste moment afleveren.
3. Materials handling: omvat de activiteiten met betrekking tot de goederenontvangst, het in opslag nemen van goederen, de opslag en daarmee de samenhangende verplaatsingsactiviteiten, het uit de opslag halen van goederen en het verzenden/gereedmaken voor de afvoer.
4. Opslag: beslissingen over opslag d.m.v. magazijnruimte en de vestigingsplaatsen van deze magazijnen. Kosten en service weer belangrijk.
5. Extern transport: gaat om het transport van de goederen van producent naar distribuanten of eindafnemers. Keuzes over transportmiddelen en de keuze tussen zelf transporteren. Kan door middel van vervoer over land, vervoer over water en vervoer door de lucht.