How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

Study sets matching "dutch les 9"

Study sets
Classes
Users

Study sets matching "dutch les 9"

49 terms
dutch 9
broer
dochter
zoon
zijn
fiútestvér
kislánya valakinek
fia valakinek
van (létige)
broer
fiútestvér
dochter
kislánya valakinek
40 terms
Dutch 9
gaan
gallerie
gang
garage
to go
art gallery
course
repair workshop, garage
gaan
to go
gallerie
art gallery
103 terms
Dutch 9
lelijk
mooi
slim
fantastisch
ugly
beautiful
clever
fantastic
lelijk
ugly
mooi
beautiful
10 terms
DUTCH 9
Universiteit
Meer
Hebben nodig
Minder
University
More
To need
Less
Universiteit
University
Meer
More
25 terms
Dutch 9
crimp
crock
croft
crome
an old game of cards
an old or barren/broken-down animal
crypt, vault, cavern; a small enclosed field usually adjoinin…
a long stick with a hook at the end
crimp
an old game of cards
crock
an old or barren/broken-down animal
22 terms
Dutch 9
colotomic
colotomy
colza
commelina
: of or relating to the use of specific instruments to mark o…
: the marking of section divisions in a piece of music especi…
1 : any of several coles: such as a : 2 rape 2 b : any of sev…
1 capitalized : a large widely distributed genus (the type of…
colotomic
: of or relating to the use of specific instruments to mark o…
colotomy
: the marking of section divisions in a piece of music especi…
25 terms
Dutch 9
onvoorziene kosten
fokken gefokt
toenemen
Wat kan het tij keren?
...
Dieren moeten worden geslacht dicht bij de plaats waar zij wo…
Het aantal onregelmatigheden met financiële consequenties nee…
...
onvoorziene kosten
...
fokken gefokt
Dieren moeten worden geslacht dicht bij de plaats waar zij wo…
36 terms
Dutch 9
het bloed
het cadeau
het fruit
het gesprek
blooed
gift
fruit
conversation
het bloed
blooed
het cadeau
gift
100 terms
Dutch 9
the others
the one that...
all these
all the
de anderen
diegene/degene die...
al deze
al het/de
the others
de anderen
the one that...
diegene/degene die...
28 terms
Dutch 9
to wait
to remain (stay)
must
to become
wachten
blijven
moeten
worden
to wait
wachten
to remain (stay)
blijven
30 terms
Dutch / Polish 9
gewond
de aanleiding
schietpartij
bomvol
ranny, zraniony
powód, przyczyna
strzelanina
nabity, przepełniony
gewond
ranny, zraniony
de aanleiding
powód, przyczyna
48 terms
Dutch Core 9
dokter
ontmoeten
stof
achteraf
[´•=]; доктор, *врач*, vr. врачврач *доктор*, *врач*, vr. *врач*, Spreek. докторшаpreek. *докторша*, Spre…
[=•´•=]; встретить, встретиться с, Spreek. повстречатьс*, Spreek. *повстречать*,…
sb. [het] пыль; sb. fys., chem. вещество, материя*, *материя*, *тка…
[=•=•´]; [het] задним числом, потом, после, в стороне, *после*, *в стороне*…
dokter
[´•=]; доктор, *врач*, vr. врачврач *доктор*, *врач*, vr. *врач*, Spreek. докторшаpreek. *докторша*, Spre…
ontmoeten
[=•´•=]; встретить, встретиться с, Spreek. повстречатьс*, Spreek. *повстречать*,…
26 terms
Dutch wikibook Les 9
alleen
de ambtenaar
de begane grond
durven
just, only; alone
civil servant
groundfloor
to dare
alleen
just, only; alone
de ambtenaar
civil servant
13 terms
Duolingo Dutch 9 clothing
draag
draagt
schoenen
jurk
wear (ik)
wear (hij)
shoes
dress
draag
wear (ik)
draagt
wear (hij)
164 terms
Dutch- Chapter #9
de geschiedenis
de dijk
het stoomgemaal
het homohuwelijk
history
dyke/ lesbian
steam-driven pumping station
gay marriage
de geschiedenis
history
de dijk
dyke/ lesbian
59 terms
Dutch 1 les 9
vertel
eens
stap uit
loop
tell
just
get off
walk
vertel
tell
eens
just
27 terms
Dutch #9 Adjectives
groot
klein
vies
schoon
big
small
dirty (disgusting)
clean
groot
big
klein
small
11 terms
duolingo dutch 9 clothing
dragen
de schoen(-en)
de jurk(-en)
de jas(-sen)
to wear
shoe
dress
jacket
dragen
to wear
de schoen(-en)
shoe
36 terms
Dutch Vocab 9
alstublieft
beurt, de
bruin
duur
please / here you are (formal
turn
brown
expensive
alstublieft
please / here you are (formal
beurt, de
turn
26 terms
Dutch L9: Adjectives
groot
klein
lekker
vies
big
small
tasty
dirty, disgusting
groot
big
klein
small
16 terms
Dutch 2 week 9
Vieren
Kwijt kunnen
Spannend
Hapjes
To celebrate
To get rid of/to leave
Exciting
Snacks
Vieren
To celebrate
Kwijt kunnen
To get rid of/to leave
27 terms
9 - Dutch Adjectives
groot
klein
vies
lekker
big
small
dirty/disgusting
tasty
groot
big
klein
small
164 terms
Dutch- Chapter #9
de geschiedenis
de dijk
het stoomgemaal
het homohuwelijk
history
dyke
steam-driven pumping station
gay marriage
de geschiedenis
history
de dijk
dyke
28 terms
learn dutch 9-12
vies
lelijk
saai
arm
dirty, disgusting
ugly
boring
poor
vies
dirty, disgusting
lelijk
ugly
26 terms
Dutch 9 - Adjectives 1
Groot
Klein
Lekker
Vies
Big
Small
Tasty
Dirty, disgusting
Groot
Big
Klein
Small
23 terms
Dutch Day 9: Occupations
Dit zijn woorden van bemoediging:
Ongelooflijk werk! ... Niets kan je nu st…
Je hebt jezelf overtroffen.... Je hebt er…
Ik moet er op hebben geoefend. ... Verbaz…
These are words of encouragement:
Unbelievable work! ... Nothing can stop you now!
You have outdone yourself. ... You must have been practicing.
I must have been practicing. ... Amazing!... Geweldige inspanning!…
Dit zijn woorden van bemoediging:
These are words of encouragement:
Ongelooflijk werk! ... Niets kan je nu st…
Unbelievable work! ... Nothing can stop you now!
79 terms
Total Dutch - German les 9
gewoon
de werkdag
rood
de bedrijfspresentatie
normal
Arbeitstag
rot
Unternehmenspräsentation
gewoon
normal
de werkdag
Arbeitstag
26 terms
Dutch - Lesson 9
groot
klein
lekker
vies
big
small
tasty
dirty, disgusting
groot
big
klein
small
51 terms
Dutch Words 9
contant
om de hoek
aanbieding
afwasmachine
cash
around the corner
sale / offer
dishwasher
contant
cash
om de hoek
around the corner
15 terms
Lesson 9 DUTCH
Het boek
Ik lees
Hij heeft de appel
Zij hebben water
The book
I read
He has the apple
They have water
Het boek
The book
Ik lees
I read
30 terms
Dutch wikibook example 9 Gezelle
gaarne
flink
roeren
de arm
with pleasure
sturdy, with gusto, hefty
to stir
arm
gaarne
with pleasure
flink
sturdy, with gusto, hefty
78 terms
Dutch Chapter 9
opdracht, de
uit eten gaan
bestellen
voorgerecht, het
assignment
to go out for dinner
to order
starter, the
opdracht, de
assignment
uit eten gaan
to go out for dinner
9 terms
Dutch words 9
het vlees
het idee
het geboorteland
het nummer
meat
idea
country of birth
number
het vlees
meat
het idee
idea
79 terms
Dutch ch. 9
wat is er aan de hand?
de dokter
meneer
zoals
What's wrong?
the doctor
Mr
as
wat is er aan de hand?
What's wrong?
de dokter
the doctor
56 terms
Dutch 1 Chapter 9
uit eten gaan
bestellen
het voorgerecht
het hoofdgerecht
to go out for dinner
to order
the starter
the main course
uit eten gaan
to go out for dinner
bestellen
to order
69 terms
Dutch Lesson 9
de heer
de huisarts
de dokter
meneer
Mr
doctor / GP
doctor
Mr
de heer
Mr
de huisarts
doctor / GP
20 terms
Dutch Vocab #9
het post kantoor
de brief
schrijven
posten
the post office
letter
to write
to mail
het post kantoor
the post office
de brief
letter
48 terms
Dutch Vocab 9
after
next to
the path
to go straight
na
naast
het pad (fietspad)
Rechtdoor
after
na
next to
naast
76 terms
Dutch ch. 9
de opdracht
uit eten gaan
bestellen
het voorgerecht
assignment
to go out for dinner
to order
starter
de opdracht
assignment
uit eten gaan
to go out for dinner
26 terms
Learn Dutch Set 9
groot
klein
lekker
vies
big
small
tasty
disgusting
groot
big
klein
small
52 terms
Dutch vocab 9 (miscellaneous)
de lamp
de tafel
het kind
het museum
the lamp
the table
the child
the museum
de lamp
the lamp
de tafel
the table
23 terms
DUTCH Verbs Hoofdstuk 9
aan/geven... gaf - gaven aan... aangegeven
aan/tekenen... tekende(n) aan... aangetekend
aan/vragen... vroeg - vroegen aan... aangevr…
beloven te... beloofde(n)... beloofd
to indicate... to point out
to sign for something... to sign to acknowledge receipt of somet…
to request... to ask for
to promise to ...
aan/geven... gaf - gaven aan... aangegeven
to indicate... to point out
aan/tekenen... tekende(n) aan... aangetekend
to sign for something... to sign to acknowledge receipt of somet…
16 terms
Dutch Spreekwoorden 9-10
Het oog van de meester maakt het paard…
Als het kalf verdronken is, dempt men…
De kleren maken de man,
Als het getij verloopt, verzet men de…
Het werk gebeurd beter onder toezicht
Pas als iet verkeerd gaat doen mensen er iets aan.
Hoe je eruit ziet maakt uit welke indruk je maakt
Als de omstandigheden veranderen, moet je ook andere maatrege…
Het oog van de meester maakt het paard…
Het werk gebeurd beter onder toezicht
Als het kalf verdronken is, dempt men…
Pas als iet verkeerd gaat doen mensen er iets aan.
58 terms
Dutch 7-9
vreugde
stofzuiger
zoiets
verdienen
joy/delight
vacuum cleaner
like this
to deserve/to earn
vreugde
joy/delight
stofzuiger
vacuum cleaner
10 terms
Dutch Week 9
als kippen zonder kop
de nieren
de brug
de broek
like headless chickens
kidneys
bridge
trousers
als kippen zonder kop
like headless chickens
de nieren
kidneys
15 terms
DUTCH VERB 9
beantwoorden
bebouwen
bedaren
bedenken
to answer, to reply
to build upon, to cultivate, to till
to calm down, to quiet down, to allay
to (re)consider, to bear in mind;to devise, to invent; (ref)…
beantwoorden
to answer, to reply
bebouwen
to build upon, to cultivate, to till
Dutch course H9
de heer
de huisarts
de dokter
meneer
Herr
Hausarzt
Doktor
Herr
de heer
Herr
de huisarts
Hausarzt
73 terms
9/1 Dutch
verschillend
verschillen
lokaliseren
vlakbij
different, various (plr)
to differ from, vary
to locate
nearby
verschillend
different, various (plr)
verschillen
to differ from, vary
28 terms
Dutch - day 9
Ver
Erheen
Blij
Dichtbij
دور
به انجا
خوشحال
نزديك به
Ver
دور
Erheen
به انجا
45 terms
Dutch Verbs 9
to amaze (to surprise)
to contribute
to touch (hit)
to enjoy
verbazen... verbaasde... verbaasd
bijdragen... droeg...bij... bijgedragen
raken... raakte... geraakt
genieten... genoot... genoten
to amaze (to surprise)
verbazen... verbaasde... verbaasd
to contribute
bijdragen... droeg...bij... bijgedragen
1 of 10