How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

Study sets matching "dutch months"

Study sets
Classes
Users

Study sets matching "dutch months"

12 terms
Months in Dutch
January
February
March
April
Januari
Februari
Maart
April
January
Januari
February
Februari
17 terms
Months Dutch
Januari
Februari
Maart
Apirl
January
February
March
April
Januari
January
Februari
February
18 terms
Dutch months
Januari
Februari
Maart
April
January
February
March
April
Januari
January
Februari
February
12 terms
Dutch Months
januari
februari
maart
april
January
February
March
April
januari
January
februari
February
12 terms
Dutch: Months
Januari
Februari
Maart
April
January
February
March
April
Januari
January
Februari
February
12 terms
Months - Dutch
Januari
Februari
Maart
April
January
Febrary
March
April
Januari
January
Februari
Febrary
19 terms
Dutch - Days and months
Monday
Tuesday
Wednesday
Thursday
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Monday
Maandag
Tuesday
Dinsdag
21 terms
Dutch days/months/seasons
januari
februari
maar
april
january
february
march
april
januari
january
februari
february
Dutch in three months
Alles
Altijd
De biogra'fie
Kies'keurig
Everything
Always
Biography
Choosy
Alles
Everything
Altijd
Always
17 terms
Dutch -Months & Seasons
Janurary
February
March
April
Januari
Febuari
Maart
April
Janurary
Januari
February
Febuari
18 terms
Time (Months) - Dutch
January
February
March
April
de januari
de februari
de maart
de april
January
de januari
February
de februari
12 terms
Months - English - Dutch
January
February
March
April
Januari
Februari
Maart
April
January
Januari
February
Februari
12 terms
Months of the Year (Dutch - English)
januari
februari
maart
april
January
February
March
April
januari
January
februari
February
12 terms
Dutch Months of the Year
Januari
Februari
Maart
April
January
February
March
April
Januari
January
Februari
February
17 terms
Months of the Year in Dutch
januari
februari
maart
april
January
February
March
April
januari
January
februari
February
21 terms
days, months and seasons in dutch
het is zondag
welke dag is het vandaag?
in welke maand ben je jarig?
maandag
it is Sunday
which day is today?
in which month is your birthday?
monday
het is zondag
it is Sunday
welke dag is het vandaag?
which day is today?
50 terms
Dutch Numbers, Months, Days ect
one
two
three
four
één
twee
drie
vier
one
één
two
twee
84 terms
Dutch Days/Months/Numbers
januari
februari
maart
april
January
February
March
April
januari
January
februari
February
26 terms
Dutch - Months/Days/Seasons
januari
februari
maart
april
January
February
March
April
januari
January
februari
February
20 terms
Dutch Time - Days and Months
Sunday
Monday
Tuesday
Wednesday
Zondag
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Sunday
Zondag
Monday
Maandag
19 terms
days and months in dutch
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
monday
tuesday
wednesday
thursday
maandag
monday
dinsdag
tuesday
49 terms
Dutch Days of the Week/Months
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
Monday
Tuesday
Wednesday
Thursday
maandag
Monday
dinsdag
Tuesday
45 terms
Dutch in 3 months-chapter 1
aardig
blauw
boer
boot
nice
blue
farmer
boat
aardig
nice
blauw
blue
886 terms
Dutch in 3 Months Vocab List
aan
aanbieden
de aanbieding
zich aankleden
to
to offer
offer
to get dressed
aan
to
aanbieden
to offer
13 terms
Dutch Days, Month, Year
Today
Tomorrow
Yesterday
The day after tomorrow
Vandaag
Morgen
Gisteren
OverMorgen
Today
Vandaag
Tomorrow
Morgen
19 terms
Dutch Vocabulary, Month 2
stokstaartjes
wasbeer
thuis
tas
meerkat
raccoon
home
bag
stokstaartjes
meerkat
wasbeer
raccoon
884 terms
Dutch in 3 Months Vocab List
aan
aanbieden
de aanbieding
zich aankleden
to
to offer
offer
to get dressed
aan
to
aanbieden
to offer
50 terms
Dutch Numbers, Months, Days ect
one
two
three
four
één
twee
drie
vier
one
één
two
twee
28 terms
Dutch days of the week, months and seasons
week
de dagen van de week
welke dag van de week?
maandag
week
the days of the week
which day of the week?
Monday
week
week
de dagen van de week
the days of the week
43 terms
Dutch vocab 2 (months, days)
monday
tuesday
wednesday
thursday
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
monday
maandag
tuesday
dinsdag
52 terms
days month season direction dutch
Monday
Tuesday
Wednesday
Thursday
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
Monday
maandag
Tuesday
dinsdag
232 terms
Dutch in 3 months week 1-4
de boer
heb je geld bij je?
zich wassen
geef het aan mij
farmer
do you have money with you?
to wash oneself
give it to me
de boer
farmer
heb je geld bij je?
do you have money with you?
309 terms
Dutch in 3 months: weeks 5-8
al
dronken
tevreden
verlegen
already
drunk
satisfied
shy
al
already
dronken
drunk
50 terms
Dutch Numbers, Months, Days ect #205EGG
one
two
three
four
één
twee
drie
vier
one
één
two
twee
27 terms
Basic Dutch Vocabulary (days/months/seasons)
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Dondersdag
Monday
Tuesday
Wednesday
Thursday
Maandag
Monday
Dinsdag
Tuesday
55 terms
Dutch in three months Chapters 1-3
gek
vet
pret
heel
mad
fat
fun
whole
gek
mad
vet
fat
28 terms
Learn Dutch vocab. 10 Days, Months, Seasons
week
de dagen van de week
welke dag
maandag
week
the days of the week
which day of the week
monday
week
week
de dagen van de week
the days of the week
32 terms
Dutch Time of Day, Seasons, Months, Days
de dag
de morgen
de ochtend
de middag
day
morning
morning (2)
afternoon
de dag
day
de morgen
morning
35 terms
1000 Most Common Words in Dutch - Lesson 10 (Days, Months, Seasons)
Week
De dagen van de week
Welke dag van de week?
Maandag
Week
The days of the week
Which day of the week?
Monday
Week
Week
De dagen van de week
The days of the week
25 terms
Colloquial Dutch (Donaldson) Unit 3 - Days, Months, Holidays
zondag
maandag
dinsdag
woensdag
Sunday
Monday
Tuesday
Wednesday
zondag
Sunday
maandag
Monday
19 terms
Days of the Week and Months of the Year - Dutch (Specially for FKF Larabae❤️)
Monday
Tuesday
Wednesday
Thursday
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Monday
Maandag
Tuesday
Dinsdag
19 terms
Days and Months
Monday
Tuesday
Wednesday
Thursday
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
Monday
maandag
Tuesday
dinsdag
66 terms
to count, days of the week, months
one
two
three
four
één
twee
drie
vier
one
één
two
twee
12 terms
Months
Januari
Februari
Maart
April
January
February
March
April
Januari
January
Februari
February
83 terms
Dutch classes
goedendag
goedemorgen
goedenavond
woonen
good morning (day)
good morning
good evening
to live
goedendag
good morning (day)
goedemorgen
good morning
13 terms
PA Deitsch - Munete - Months
Yenner
Hanning
Matz
Abrill
January
February
March
April
Yenner
January
Hanning
February
53 terms
Dutch wikibook Les 9A
het horloge
de wekker
de klok
de wijzer
watch
alarm clock
clock
hand, pointer, indicator
het horloge
watch
de wekker
alarm clock
604 terms
Grade 8 Dutch words
aanraken
aanval
aarde
aardig
To Touch, poke, ... annraken, por
To attack, abuse, ... aanvallen, misbruik
Earth, world, ... Aarde, wereld
nice, kind, ... aardig, soorte
aanraken
To Touch, poke, ... annraken, por
aanval
To attack, abuse, ... aanvallen, misbruik
28 terms
Dutch - Lesson 10
week
de dagen van de week
welk dag van de week?
maandag
week
the days of the week
which day of the week
monday
week
week
de dagen van de week
the days of the week
20 terms
NGSL Nouns (English to Dutch) Part 3
information
area
business
service
n. informatie; inlichting, bericht; aanklacht
n. streek; gebied; oppervlakte
n. zaken, handel; bedrijf, zaak; werk; aangelegenheid; bewegi…
n. dienst; strijdkracht; service; servies; religieuze ceremon…
information
n. informatie; inlichting, bericht; aanklacht
area
n. streek; gebied; oppervlakte
1 of 10