How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

Study sets matching "dutch taal vitaal"

Study sets
Classes
Users

Study sets matching "dutch taal vitaal"

20 terms
Dutch Taal Vitaal les1/2
de dialoog
nogal
kloppen
het dropje
párbeszéd
inkább
igaznak lenni
falu
de dialoog
párbeszéd
nogal
inkább
20 terms
Dutch Taal Vitaal les1/1
de basiswoorden
de begroeting
invullen
Wat hoort bij elkaar?
alapszavak
üdvözlés
kitölteni
Mi tartozik egybe?
de basiswoorden
alapszavak
de begroeting
üdvözlés
20 terms
Dutch Taal Vitaal les 2/2
lekker
nou
mogen
de dochter
szép
hát...
szabad valamit csinálni
lány gyermek
lekker
szép
nou
hát...
20 terms
Dutch Taal Vitaal les2/1
Hoe gaat het?
het antwoord
de volgorde
hartstikke goed
Hogy vagy?
válasz
sorrend
nagyon jó
Hoe gaat het?
Hogy vagy?
het antwoord
válasz
20 terms
Dutch Taal Vitaal les1/3
fictief
het stapje
verder
nog een keer
kitalált
kis lépés
további
újra
fictief
kitalált
het stapje
kis lépés
136 terms
Taal Vitaal Nieuw Hoofdstuk 1
Dag!
de dag (-en)
de basiswoorden
het woord
Hello!
day
basic words
word
Dag!
Hello!
de dag (-en)
day
129 terms
Taal Vitaal Nieuw hoofdstuk 10
zwemmen
tuinieren
tennissen
het theater
swim
gardening
play tennis
theater
zwemmen
swim
tuinieren
gardening
20 terms
Les 1 Taal vitaal
ik
komen
zijn
wonen
ich
kommen
sein
wohnen
ik
ich
komen
kommen
20 terms
Les 1 Taal Vitaal
goedemorgen
goedemiddag
tot ziens
dag
Guten Morgen!
Guten Tag
Auf Wiedersehen
Tschüs
goedemorgen
Guten Morgen!
goedemiddag
Guten Tag
208 terms
Taal Vitaal Lektion 8
trel in
de patat
de snackbar
de patatkraam
Appetit auf
die Pommes
die Snackbar
die Pommesbude
trel in
Appetit auf
de patat
die Pommes
19 terms
Les 2 Taal Vitaal
uitstekend
goed
fantastisch
niet zo goed
ausgezeichnet
gut
fantastisch
nicht so gut
uitstekend
ausgezeichnet
goed
gut
91 terms
Taal Vitaal Nieuw hoofdstuk 4&
Hoeveel?
het cijfer
vergelijk
de provincie
How much?
number
compare
province
Hoeveel?
How much?
het cijfer
number
155 terms
taal vitaal les 12
wohnen
Häuschen
Möbel
Lampe
woonden (wonen)
het huisje
de meubels
de lamp
wohnen
woonden (wonen)
Häuschen
het huisje
Taal Vitaal Les 2 complet
het antwoord (-en)
de volgorde (-n)
positief
negatief
válasz
sorrend, szórend
pozitív
negatív
het antwoord (-en)
válasz
de volgorde (-n)
sorrend, szórend
Taal Vitaal 1 De landen
Bulgarije
Denemarken
Engeland
Finland
Bulgária
Dánia
Angli
Finnország
Bulgarije
Bulgária
Denemarken
Dánia
148 terms
taal vitaal les 11
umziehen
Wohnung
Drei-Zimmer-Wohnung
Teil
verhuizen
de woning
de 3-kamerwoning
het gedeelte
umziehen
verhuizen
Wohnung
de woning
105 terms
Taal Vitaal 1
de dag
de basiswoorden
de begroeting
Goedemorgen!
nap
der Grundwortschatz
die Begrüßung
Guten Morgen!
de dag
nap
de basiswoorden
der Grundwortschatz
122 terms
Taal Vitaal Nieuw hoofdstuk 7&
de (politie)agent
de tuinman
de kapper
de lerares
police officer
gardener
hairdresser
teacher
de (politie)agent
police officer
de tuinman
gardener
113 terms
Taal Vitaal Lektion 9
de plaatsbepaling
het plein
de telefooncel
de bushalte
Ortsbestimmung
Platz
Telefonzelle
Bushaltestelle
de plaatsbepaling
Ortsbestimmung
het plein
Platz
113 terms
taal vitaal (1)
dag
basiswoorden
vul in
juist
(Guten) Tag
Grundwortschatz
ausfüllen
richtig
dag
(Guten) Tag
basiswoorden
Grundwortschatz
106 terms
Taal Vitaal niveau hoofdstuk 5
opstaan
sta op
het leven
dagelijks
get up
get up
life
daily
opstaan
get up
sta op
get up
121 terms
Taal Vitaal Nieuw hoofdstuk 2&
Hoe gaat het
antwoorden
het antwoord
Hoe gaat het met u/je
How are you?
answer
answer
How are you doing
Hoe gaat het
How are you?
antwoorden
answer
128 terms
Taal Vitaal Les 7
de periode (-s)
het sollicitatieformulier
het formulier (-en)
ter attentie van (t.a.v.)
időszak, ciklus
jelentkezési nyomtatvány (állásra)
nyomtatvány
valakinek a kezéhez (postai küldemény)
de periode (-s)
időszak, ciklus
het sollicitatieformulier
jelentkezési nyomtatvány (állásra)
288 terms
Taal Vitaal Nieuw hoofdstuk 8
Zin hebben in
het patatje (de patat)
passen (bij)
het café
feel like
chips
match
bar
Zin hebben in
feel like
het patatje (de patat)
chips
Taal Vitaal les 3 Karaktereigenschappen
treurig
verdrietig
vrolijk
vanzelfzekerd
szomorú
bánatos
vidám
magabiztos
treurig
szomorú
verdrietig
bánatos
160 terms
Taal Vitaal nieuw hoofdstuk 3
Dutch
de karaktereigenschap
slordig
druk
English
character trait
careless, sloppy
busy
Dutch
English
de karaktereigenschap
character trait
43 terms
Taal Vitaal Les 16/1
Wie is er aan de beurt?
het halfje wit
de zeep
de vleeswaren (pl.)
Ki a következő?
fél fehér kenyér
szappan
húsáru
Wie is er aan de beurt?
Ki a következő?
het halfje wit
fél fehér kenyér
112 terms
Taal Vitaal Les 3 complet
Hoe is ze?
de karaktereigenschap (-pen)
slordig
druk
Milyen ő? (belsőleg)
személyes tulajdonság
nemtörődöm
kedves (máskor: elfoglalt)
Hoe is ze?
Milyen ő? (belsőleg)
de karaktereigenschap (-pen)
személyes tulajdonság
90 terms
Taal Vitaal Lektion 10
de vrijetijdsbesteding
zwemmen
tuinieren
tenissen
Freizeitsbeschäftigung
schwimmen
gärtnern
Tennis spielen
de vrijetijdsbesteding
Freizeitsbeschäftigung
zwemmen
schwimmen
Taal Vitaal Les 7
het beroep (-en)
werkzoekend
voor het eerst
namelijk
foglalkozás, szakma
munkakereső
előszöri
nevezetesen, úgymint (ugyanis)
het beroep (-en)
foglalkozás, szakma
werkzoekend
munkakereső
52 terms
Taal Vitaal les 1
en
begroeting
klinken
nogal
és
köszönès
hangzik
eléggé
en
és
begroeting
köszönès
43 terms
Taal Vitaal Les 16/2
onder andere (o.a.)
de peulvruchten (pl.)
het zetmeel (-)
de druivensuiker
egyebek mellett
hüvelyesek
keményítő
szőlőcukor
onder andere (o.a.)
egyebek mellett
de peulvruchten (pl.)
hüvelyesek
120 terms
Taal Vitaal Nieuw hoofdstuk 11&
de woning
de driekamerwoning
bestaan
de kamer
house
three-room apartment
consist (of)
room
de woning
house
de driekamerwoning
three-room apartment
107 terms
Taal vitaal Lektion 5
ophouden
sta op (opstaan)
het leven
ontbijten
aufhören
aufstehen
das Leben
frühstücken
ophouden
aufhören
sta op (opstaan)
aufstehen
67 terms
Taal Vitaal Hoofdstuk Negen
de plaatsbepaling
het plein
de bushalte
voor
a helymeghatározás
a tér
a buszmegálló
előtt, elé
de plaatsbepaling
a helymeghatározás
het plein
a tér
154 terms
Taal Vitaal les 15
de kleding
dragen
het pak
het kostuum
die Kleidung
tragen
der Anzug
das Kostüm, der Anzug
de kleding
die Kleidung
dragen
tragen
208 terms
Taal Vitaal Lektion 8
trek in
de patat
de snackbar
de patatkraam
Appetit auf
die Pommes
die Snackbar
die Pommesbude
trek in
Appetit auf
de patat
die Pommes
30 terms
Taal vitaal 12 - het weer
winderig
stormachtig
Het waaide.
Het was bewolkt.
windy
stormy
It was windy.
It was cloudy.
winderig
windy
stormachtig
stormy
54 terms
Taal Vitaal Hoofdstuk Zeven
het beroep
de politieagent
de tuinman
de kapper
a foglalkozás
rendőr
kertész
fodrász
het beroep
a foglalkozás
de politieagent
rendőr
210 terms
Taal Vitaal les 14
de dagschotel
het sap
de vruchtensalade
de groente
Tagesgericht
Saft
Obstsalat
Gemüse
de dagschotel
Tagesgericht
het sap
Saft
116 terms
Taal Vitaal les 9
de plaatsbepaling
het plein
de telefooncel
de budhalte
die Ortsbestimmung
der Platz
die Telefonzelle
die Bushaltestelle
de plaatsbepaling
die Ortsbestimmung
het plein
der Platz
139 terms
Taal Vitaal 7-1
En wat voor werk doe jij?
het beroep
de politieagent(e)
de groenteman
Und was machst du beruflich?
der Beruf
der Polizist(in)
der Gemüsehändler
En wat voor werk doe jij?
Und was machst du beruflich?
het beroep
der Beruf
162 terms
Lektion 2 Taal Vitaal
Hoe gaat het?
Het antwoord
jou
volgende
Wie geht's?
Antwort
dir/dich
folgende
Hoe gaat het?
Wie geht's?
Het antwoord
Antwort
124 terms
Taal Vitaal 3-11
over
hun
beste
de informatie
über
Ihren
beste(r)
Information
over
über
hun
Ihren
47 terms
Taal vitaal les 15
Bij elkaar
Aanpassen
De jas
Het kostuum
Összesen
Felpróbál
Kabát
Kosztűm
Bij elkaar
Összesen
Aanpassen
Felpróbál
44 terms
Taal Vitaal Hoofdstuk Zes
zitten
de specialiteit
komen
hebben
ül
a specialitás
jön
birtokol
zitten
ül
de specialiteit
a specialitás
43 terms
Taal vitaal 001
nogal
vlakbij
invullen
mede
ziemlich
in-der-Nähe
ergänzen
gleichzeitig
nogal
ziemlich
vlakbij
in-der-Nähe
186 terms
Taal Vitaal les 7
En wat voor werk doe jij?
het beroep
de politieagent(e)
de groenteman
Und was machst du beruflich?
der Beruf
der Polizist(in)
der Gemüsehändler
En wat voor werk doe jij?
Und was machst du beruflich?
het beroep
der Beruf
78 terms
Taal Vitaal Hofdstuk Tien
de vrijetijdsbesteding
zwemmen
tuinieren
tennissen
a szabadidős tevékenység
úszik
kertészkedik
teniszezik
de vrijetijdsbesteding
a szabadidős tevékenység
zwemmen
úszik
1 of 10