How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

Study sets matching "english dutch wordlist"

Study sets
Classes
Users

Study sets matching "english dutch wordlist"

433 terms
Dutch English wordlist
jongen
stad
gescheiden
familie
boy
city
divorced
family
jongen
boy
stad
city
434 terms
wordlist 2 Dutch English
(be)groeten
(door)boren
(val)helm
aan sport doen
(to) greet
(to) pierce
helmet
(to) play a sport
(be)groeten
(to) greet
(door)boren
(to) pierce
337 terms
CPE Wordlist English-Dutch
to egg on
to urge on
to brush up on
to hand down
ophitsen, opjutten
aanzetten tot, aanwakkeren
opfrissen, ophalen
overleveren
to egg on
ophitsen, opjutten
to urge on
aanzetten tot, aanwakkeren
13 terms
wordlist unit 1 wordlist 2 English-Dutch
metaphor
determination
satisfaction
reminder
beeldspraak
doorzettingsvermogen
voldoening, genoegen
herinnering, geheugensteuntje
metaphor
beeldspraak
determination
doorzettingsvermogen
24 terms
unit 1: wordlist 1 English-Dutch
soccer
open to the public
driving licence
belongings
voetbal
vrij toegankelijk
rijbewijs
spullen
soccer
voetbal
open to the public
vrij toegankelijk
10 terms
unit 1 wordlists 3,4 English-Dutch
to be into
versus
to mind
to give it your all
erg leuk vinden
tegen
op iemand passen
je uiterste best doen
to be into
erg leuk vinden
versus
tegen
25 terms
unit 1 wordlist 2 Dutch-English
bijdrage leveren aan, bijdragen aan
aandacht krijgen
teamgenoot
gelijke, gelijkwaardig
to contribute to
to get attention
teammate
equal
bijdrage leveren aan, bijdragen aan
to contribute to
aandacht krijgen
to get attention
21 terms
unit 1 wordlist 1 English-Dutch
beverage
venue
emergency
security personnel
drankje
locatie, plaats waar iets gehouden wordt
noodgeval
beveiligingsmedewerkers
beverage
drankje
venue
locatie, plaats waar iets gehouden wordt
15 terms
unit 1 wordlist 5 English-Dutch
spoilt for choice
coverage
acclaimed
gateway
te veel hebben om uit te kiezen
verslaggeving
hooggewaardeerd, beroemd
poort
spoilt for choice
te veel hebben om uit te kiezen
coverage
verslaggeving
9 terms
unit 1 wordlist 2 English-Dutch
metaphor
determination
satisfaction
reminder
beeldspraak, metafoor
doorzettingsvermogen
voldoening, genoegen
herinnering, geheugensteuntje
metaphor
beeldspraak, metafoor
determination
doorzettingsvermogen
298 terms
Dutch Wordlist
achternaam
adres (het)
agenda (de)
al
surname
address
agenda
already
achternaam
surname
adres (het)
address
71 terms
Dutch-English
heel
neus
noord
vet
whole
nose
north
fat
heel
whole
neus
nose
35 terms
unit 1 wordlist 3,4,5 English-Dutch
long-distance
to organize
nowadays
run
langeafstands-
organiseren, regelen
tegenwoordig
(wed)loop
long-distance
langeafstands-
to organize
organiseren, regelen
24 terms
unit 1 wordlist 5+expressions 3.5 Dutch-English
deelnemen aan
finale
golf
zitplaats
to compete in
final
wave
seat
deelnemen aan
to compete in
finale
final
19 terms
unit 1 wordlist 2+4.2 English-Dutch (SO 2)
Olympic
liquid
quantity
device
Olympisch
vloeistof
hoeveelheid
middel
Olympic
Olympisch
liquid
vloeistof
18 terms
unit 1 wordlist 2+4.2 Dutch-English (SO 2)
verboden
bij je hebben
hieronder
inleveren
prohibited
carry
below
hand in
verboden
prohibited
bij je hebben
carry
38 terms
unit 1 wordlist 1+expressions 3.2 Dutch-English
organisatie
onafhankelijk
bevorderen, promoten
mensenrechten
organisation
independent
to promote
human rights
organisatie
organisation
onafhankelijk
independent
32 terms
unit 1 wordlist 1 Dutch-English+expressions 4.1 (Dutch-English)
ophalen
persoonlijk
overeenkomen met
programma
to pick up
in person
correspond to
schedule
ophalen
to pick up
persoonlijk
in person
13 terms
English to dutch
Change your mind
Probably
Allow
Arrange
Van gedachten veranderen
Waarschijnlijk
Toestaan
Regelen
Change your mind
Van gedachten veranderen
Probably
Waarschijnlijk
23 terms
unit 1 wordlists 3,4+expressions Dutch-English
wedstrijd
Hoe gaat het?
(speel)schema
nog steeds
game
What's up?
schedule
still
wedstrijd
game
Hoe gaat het?
What's up?
30 terms
English to Dutch
de soep
de sinaasappel
het ontbijt
het spijt me
the soup
the orange
the breakfast
I'm sorry
de soep
the soup
de sinaasappel
the orange
14 terms
dutch-english
Morgen
verrassing
gisteren
laten zien
tomorrow
suprise
yesterday
show
Morgen
tomorrow
verrassing
suprise
30 terms
Dutch: wordlist 1
gezet
asymmetrisch
vaal
getaand
zwaarlijvig
niet elkaars spiegelbeeld
verbleekt, flets
bruingeel, verweerd
gezet
zwaarlijvig
asymmetrisch
niet elkaars spiegelbeeld
58 terms
The Kitchen Dutch English
de keuken
de vuilnisbak
het koffiezetapparaat
de kruiden
the kitchen
the rubbish bin
the coffee machine
the herbs
de keuken
the kitchen
de vuilnisbak
the rubbish bin
19 terms
English-Dutch Cognates
the hope
name
mine
to help
de hoop
naam
mijn
helpen
the hope
de hoop
name
naam
657 terms
My Dutch wordlist
de datum
het formulier
de gebOorte
het geslacht
дата
форма ( документ )
рождение
пол ( гендер )
de datum
дата
het formulier
форма ( документ )
48 terms
Het huis Dutch English
het huis
het dak
de dakpannen
de zolder
the house
the roof
the roof tiles
the attic
het huis
the house
het dak
the roof
9 terms
Dutch to English
tot ziens
welterusten
uilskuiken
zijn
goodbye
goodnight
silly person
his/its
tot ziens
goodbye
welterusten
goodnight
13 terms
Dutch to english
Een streek uithalen
Kaal
Feest, viering
Kalkoen
Play a trick
Bald
Celebration
Turkey
Een streek uithalen
Play a trick
Kaal
Bald
47 terms
Scheidbare werkwoorden / Separable verbs Dutch English
aankomen
uitgaan
oversteken
intoetsen
to arrive
to go out
to cross
to enter (pincode etc.)
aankomen
to arrive
uitgaan
to go out
57 terms
English to dutch
Permission
To repeat
Good at
To decide
Toestemming
Blijven zitten
Good in
Besluiten
Permission
Toestemming
To repeat
Blijven zitten
67 terms
chemical terms Dutch-English
Droge stof (gew.%)
Organische stof (in gew.% d.s.)
Lutum (in gew.% d.s.)
Metalen
Dry matter (weight %)
Organic matter (weight % of d.m.)
Clay content (weight % of d.m.)
Metals
Droge stof (gew.%)
Dry matter (weight %)
Organische stof (in gew.% d.s.)
Organic matter (weight % of d.m.)
14 terms
Dutch- english
Knie
Nadenken
Wiel
Fles
Knee
Think
Wheel
Bottle
Knie
Knee
Nadenken
Think
11 terms
Colors - English & Dutch
black
brown
red
orange
zwart
bruin
rood
oranje
black
zwart
brown
bruin
22 terms
Dutch and English colonies
Middle Passage
Northwest Passage
Bed sores
New Netherland
The name for the terrible boat ride slaves had to take across…
A waterway that would cut through America and lead to China.
Bleeding, open wounds from laying down too long.
The name of the Dutch colony in what is now New York.
Middle Passage
The name for the terrible boat ride slaves had to take across…
Northwest Passage
A waterway that would cut through America and lead to China.
11 terms
Colors - English & Dutch
black
brown
red
orange
zwart
bruin
rood
oranje
black
zwart
brown
bruin
23 terms
unit 1 wordlists 3,4,5+expressions 4.3 Dutch-English
evenement
middernacht
aantal
deelnemen aan
event
midnight
number
to take part in
evenement
event
middernacht
midnight
12 terms
Opposites - English & Dutch
big
small
front
back
groot
klein
voorkant
terug
big
groot
small
klein
13 terms
People - English & Dutch
teacher
principal
bus driver
secretary
leraar
principaal
bus duiker
secretaris
teacher
leraar
principal
principaal
10 terms
English - Dutch
mind
panic attack
separated
shiny
gedachte
paniekaanval
gescheiden
glanzend
mind
gedachte
panic attack
paniekaanval
10 terms
English-Dutch
Hello
Car
Electricity
Cat
Hallo
Auto
Elektriciteit
Kat
Hello
Hallo
Car
Auto
15 terms
English- dutch
Inventor
Invetion
Slice
Understand
Uitvinder
Uitvinding
Stuk
Begrijpen
Inventor
Uitvinder
Invetion
Uitvinding
28 terms
English - dutch
Add up (to)
Advice
Another
Baggy
Optellen
Advies
Nog één, een andere
Wijd, flodderig
Add up (to)
Optellen
Advice
Advies
140 terms
Irregular verbs Dutch -> English
ontwaken
zijn
slaan
worden
awake awoke awoken
be was were been
beat beat beaten
become became become
ontwaken
awake awoke awoken
zijn
be was were been
11 terms
Dutch/English
Hallo
Goede Morgen
Doei
Ja
Hello
Good morning
Good bye
yes
Hallo
Hello
Goede Morgen
Good morning
English <-> Dutch
after
almost
bike
birthday
na
bijna
fiets
verjaardag
after
na
almost
bijna
66 terms
Verbs Dutch-English
lopen
kopen
maken
vergaderen
to walk
to buy
to make
to gather (have a meeting)
lopen
to walk
kopen
to buy
140 terms
Irregular verbs Dutch -> English
ontwaken
zijn
slaan
worden
awake awoke awoken
be was were been
beat beat beaten
become became become
ontwaken
awake awoke awoken
zijn
be was were been
207 terms
English - Dutch
I
You (sg.)
He/she/it
You (formal)
ik
jij (je)
hij/zij/het
u
I
ik
You (sg.)
jij (je)
29 terms
CHOCOLATE DUTCH - ENGLISH
heerlijk
cacaoboon... ​
tenminste
goddelijk... ​
delicious
cacao beans... ​
at least
divine ... ​
heerlijk
delicious
cacaoboon... ​
cacao beans... ​
1 of 10